Tranen/BoyÕs donÕt cry
06/02/1991

De bollen wit en bewegingsloos. De groen omrande pupillen staren de ruimte in en tonen geen enkele emotie. De gedachten achter deze ogen blijven in nevelen gehult, totdat condensvorming optreed.
Voorzichtig trillen de oogharen. De ogen worden rood omrand en de bollen lijken uit hun kassen te drijven.
Dan barst elke weerstand en alle manlijkheid. Alle opgekropte emotie en tegenslag en alle eigenwaarde stroomt in grote druppels naar beneden: de afgrond.
Gegeneerd blijven de ogen achter en kijken ze naar de plaats waar de waardigheid in fijne splinters op de harde stenen uitˇˇn spat.
Zonder spanning is er geen druk en al snel droogt in elke groef de laatste druppel op. Beschaamt over deze opluchting drijven de nevelen weer binnen. Groen omrand staren de pupillen. De pupillen staren de ruimte in.