01
Mulisch' meesterwerk 'De ontdekking van de hemel' lezen op wegwerppapier (tweeentwintigste druk juni 1998 264ste tot en met 273ste duizendtal). Het papier had wc-papier kunnen zijn. Het had niet de geur van boeken, maar van verval, dat wonderbaarlijke van de tijd. De degeneratie van de kwaliteit, de schoonheid. Gerecycled papier voor een meesterwerk. Als een Rembrandt op gipsplaat, dat was wat hem irriteerde. Het boek was het boek dat hijzelf had willen schrijven.

02
Zo had hij ook 'Die Blechtrommel' willen schrijven over zijn jeugd, en 'Zen and the art of motorcycle maintenance' over zijn pubertijd. Tussendoor dan nog 'Een geschiedenis van de wereld in 10 1/2 hoofdstuk' en 'de Duivelsverzen'. Dan zou zijn naam gevestigd zijn en kon hij afsluiten met 'De kluizenaar van 69th street'. Daarna kon hij rustig sterven, maar ze waren al geschreven. Alles was al geschreven.

03
De tobber, de janker en de demagoog dat was David. De eeuwige vernietigraar van leven. Maar ook de denker. De als een draaikolk alles met zich meesleurende wervelwind van ongefundeerde gedachten.

04
Verbaasd zag David de bladeren vallen en de regen tegen de ruiten slaan om zo te beseffen dat het weer de herfst was die hem tot schrijven dwong. Speelbal van weer en emoties als hij was bouwde hij jaar na jaar aan wat zijn meesterwerk zou moeten worden.
Alle goede adviezen in de wind slaand vocht hij voor het bestaan van zijn schrijfsels. Of beter waarschijnlijk, vochten zijn schrijfsels voor hun bestaan als personages opzoek naar een schrijver. Zij wilden zijn.

05
David was uit op verovering, op kennis, op macht, op status en roem, op meer.

06
Hij zou passen als een Grenoulle in Das Parfum. Niet als een Judas, maar open en eerlijk het kwaad zijn. Niet voor eigen gewin Jezus verraden. Nee, David was meer een intrigant, een houtworm die ongemerkt een schip kon laten zinken.

07
David wilde tot de kern komen. Hij wilde weten wie hij was om erger te voorkomen.

08
Het was David opgevallen dat de beste boeken uit de literatuur altijd over andere boeken gaan. Vanaf de bijbel, die over de tafelen der Wet gaat, tot Mulsich' werk dat weer over de bijbel gaat. Eigenlijk had hij ook nog 'De slinger van Faucoult' moeten noemen als meesterwerk. Omdat dat nog veel meer over het schrift gaat. Meer nog dan 'In de naam van de roos'.
Dat bleef David verbazen, de macht van het woord, voornamelijk het geschreven woord.

09
David staarde beneveld voor zich uit met in gedachten alleen de herinnering aan vroeger, aan hoe het was. De beneveling van de Champagne, die vroeger wiskey was, net zoals de pijp had plaats gemaakt voor de sigaret en waarna de shag was gevolgd. Alles wordt anders en niet noodzakelijk beter.

10
Er zijn van die momenten waarop David de wereld niet meer snapt. Ze drijft voorbij, soms in minuten, soms in uren, zonder dat hij daarvan deel lijkt uit te maken. Dat zijn zijn grootste momenten van verwondering. Het is dan alsof hij de omgeving ziet zonder deze bewust te zijn. Dat zijn ook de momenten waarop hij niets snapt. Elke betekenins is verloren. De leegheid van het bestaan dringt zich dan volledig aan David op en zelfs een gewone vraag kan dan leiden tot een volledige kortsluiting in zijn hersenpan. Antwoorden wordt onmogelijk.

11
Logica is de enige weg naar de openbaring. Zoals wetenschap langzaam de religie verdringt, moet het gevoel wijken voor de feiten. Er zijn nog slechts quarks die via natuurkundige wetten het wereldbeeld vormen en zo de totaliteit van het zijn beschrijven.
Dat was Davids wereld; die waarin geen God bestond en waarin leven niets anders was dan iets dat zo had moeten zijn. Anders kan het niet. Toeval bestaat niet.

12
Diep in David heerst een vulkaan. De pasionele berg die alles wil omgeven met zijn warmte, zich niet bewust van zijn verzengend vuur. Of misschien juist wel bewust en daarom zo diep weggestopt.
De angst voor een alles verwoestend vuur dat niets anders overlaat dan een verschroeide aarde. Geen triomph, alleen een enorme kale vlakte: zwart, stuivend.
Vruchtbaar, dat wel.

13
Een twee luik had hier moeten hangen. Het schilderij dat David al jaren wilde schilderen. Niet het type dat je in een gallery tegenkomt, maar meer een Loesje-poster.
Oningelijst moest het bestaan uit twee grote vierkante vlakken, die met een scharnier aan elkaar verboden zijn. Een vlak is wit geschilderd en het andere zwart en waar op het witte vlak in zwarte letters zwart staat, moet op het andere vlak in witte letter ook zwart staan.
De verwarring die er bij de kijker moest zijn. Het simplisme dat om nadenken vraagt. Maar het is er niet, het hangt er niet. De dingen zijn nooit zoals ze zouden moeten zijn.

14
Boeken, hun geur is al rustgevend. Vooral de geur van oude boeken waarvan de vergeelde bladzijden ook hun eigen verhaal vertellen. De samengebalde geur van inkt en papier die naar je toekomt als je een nieuw boek door je vingers laat gaan. Zoals wanneer je bepaalde stripboeken door je vingers laat gaan om bewegende beelden te creeeren. Dat laatste lukt je bij gewone boeken niet, maar je krijgt er wel geurbeelden voor in de plaats.

15
Vaak zijn religieuze teksten een clustering van verhalen. Ze zijn een opeenstapeling van verhalen over verhalen, boeken in boeken en commentaren op vertellingen.
En nogsteeds kan men het niet laten. Nogsteeds is literatuur gebouwd op voorgaande boeken. Altijd is er een verwijzing naar de Grieken, de bijbel, naar andere teksten. Het lijkt erop dat grote werken pas dan groot zijn als ze zijn gebouwd op de rotte fundamenten van weleer. Alsof het niet de toeval van een verhaal is, niet de spontane gedachte van een schrijver, maar dat een verhaal alleen kan ontspringen aan de enorme voedingsbodem van voorgaande schrijfsels.
Literatuur is de boom die de bladeren van de voorgaande seizoenen gebruikt om in de lente nieuwe bladeren te laten groeien.

16
Brandend joeg het verlangen door David om alles dat geschreven was te vernietigen. Om het tropisch regenwoud van boeken om te hakken, de grond te laten eroderen, de amazone dicht te laten slibben en een kale woestijn te laten ontstaan, kaal, droog en dor.

17
De werkelijke voortjager van het leven is de kunst. Zij is de uiterste grens van de BigBang. Beelden, geluiden en woorden, vormgegeven, tonen ons zoals we zijn of hadden kunnen zijn, misschien zelfs waren. Zij vragen ons, commanderen zelfs, om bewust te zijn. Om te zijn.
De betekenissen van een kunstwerk zijn vaak meer dan welke er door de kunstenaar in gedaan zijn. Het kunstwerk is de het beeld waarop we verder bouwen aan ons bewustwordings proces.

18
David had gedacht dat de filosofie de voortrekkers rol had in onze geschiedenis. Dat zij de ingang was waarop de wetenschap en de theologie hun getuigschriften bouwden. Dat de filosofie, als paard voor de wagen, bepaalde welke richting de mensheid ging met zijn gedachten goed.

19
Nu, bij nadere beschouwing, weet hij dat het fout is. Het is de kunst die het historisch geheugen is, zij is de methode om over te brengen wat niet in regels te vangen is. Het is de kunst die de kar trekt. Zij laat ons zien wat we nog nooit gezien hebben, horen wat we nog nooit gehoord hebben, zij laat ons voelen wat we niet kunnen zeggen.

20
'Er klopt iets niet', dat is wat David dacht. Hij had al een tijdje een onbestemd gevoel. Zijn eerste gedachte was dat het in hemzelf zat. Aan de koffie die hij gedronken had of een teveel aan sigaretten. Maar er was meer. Het was niet een gewone onrust. Er was een druk, een bijna zekerheid. David had het gevoel dat hij op de drempel stond van een oplossing, maar dat die oplossing totale leegte inhield.

21
Dat was het: leegte. Er was een onverklaarbare leegte, een weg naar niets, naar oneindig. Er was een ontbreken van een verhaallijn. Er waren geen hoofdstukken, geen afgebakende bouwstenen. Inplaats van die blokken die leiden tot het fort dat een boek moet zijn, had hij slechts genummerde flarden. Mist flarden over een sappig groen grasveld, terwijl de zon zich net boven de horizon strekt.

22
David moest beslissen wat hij wilde. Hij moest laten zien waar het heen ging. De Tao uitstippelen. Welke indruk wilde hij achterlaten, welk verhaal wilde hij vertellen?

23
En er was meer dat niet klopte. Er was een ongerijmtheid, dat hield hem bezig.
Het groen tussen de huizen, het rijden van auto's, het vliegen zonder vleugels, het gaan waar geen weg is; alleen de wil. De mogelijkheid van de mens te zijn, te denken, te weten, te geloven en te willen. Dat klopte niet.

24
Boeken, boeken, boeken. Plaatjesboeken, leesboeken, muziekboeken. Het vastleggen van de onzekerheid. Geschreven is het waar, of werkelijk, of geen fictie. God bestaat, de piramides zijn de projectie van Orion op aarde, onze voorvaders waren buitenaardse wezens. Of er was een bigbang, E=mc2, de mens heeft bewustzijn.
Kijkend naar de toekomst is alles onwaar, kijkend naar het verleden is alles waar en het nu bestaat niet.

25
David was nog niet tot rust gekomen. Het ontbreken van een verhaallijn voorzag hem van een parallel met het leven en dat maakte de onzekerheid groter. Er was iets gaande dat groter was dan hijzelf. Het ging buiten hem om. Hij was het verhaal en het verhaal schreef hem. Alsof hij overgeleverd was aan een almacht.

26
Geef de meesterwerken aan de kunstenaars, daar horen ze thuis. Zij kunnen er wat van leren om zo betere eigentijdse kunst te maken.

27
Daar was het weer. Het nieuwe heeft het oude nodig om te kunnen blijven bestaan. Het continue proces van vegetatie.

28
Een boom is een kanibaal. Hij eet zijn eigen soort, sterker hij eet zichzelf. De rottende bladeren uit de herfst vormen de voeding voor de lente.

29
Daar aan de horizon van het nu verdween de tijd en schiep daarmee de oneindigheid. David kende de uitspraak dat tijd slechts een vinding was van mensen, maar hij geloofde dat niet. Voor David bestond het probleem van de tijd alleen uit zijn grootheid.

30

Hoe druk je tijd uit? In seconden, lichtjaren, nucleairverval, de grote van het heelal? Of toch vanuit je verbeelding, je beleving?
Doorloopt een verhaal een tijdschema, of doorloopt de tijd een verhaal? Is de rode draad van een goed boek de tijd?

31
Was het echt de waarheid dat zijn leven samenviel met de woorden? Was elk denken van de schrijver een vertraging in zijn leven, elk herschrijven de structurering van zijn bestaan? Of was hij hetzelf die het schreef en verschenen de woorden automatisch in het grote boek van Sinterklaas.

32
Is dit de hemel? Is de realiteit dat je als personage je eigen verhaal schrijft?

33
David twijfelde aan de waarheid. Voor hem bestond zij niet. Elke situatie is anders en kent zijn, maar nooit een waarheid. Een waarheid is gebonden aan een perspectief. In het beste geval kan de som van de waarheden het zijn opleveren, maar meestal doet het dat niet, meestal missen er stukjes.

35
David had de daadkracht van voorheen verruild voor filosofische uitvluchten met betrekking tot perspectief en waarheid. De teleurstelling van de eenmans actie ter verbetering van de wereld, had hij verruild voor het collectieve woord tot verandering van het denken.

36
Was er zoiets als de waarheid van het denken die kan leiden tot verandering van mentaliteit? Of was er alleen de daadkracht die leidde tot verlossing? Verlossing? David haatte dat woord. Verlossing van wat? Van het leven? De dood is de enige verlossing, maar niet het doel.
David sprak overigens liever van nut dan van doel. Het ging hem erom wat het nut was voor het individu, danwel de groep waartoe het individu behoorde.

37
En daarmee sneedt hij de woordkunst aan. De kameleonistische houding van woorden binnen hun context. Steeds pasten ze zich aan en werden waardeloos. Elke keer leek het erop dat een begrip zichzelf tegen ging spreken door een verandering in gevoelswaarde.

38
Nimmer zal de filosofie haar doel bereiken om een alles ontsluitend antwoord te geven. Gekoppeld aan de woorden kan zij een beschrijving leveren van het nu, en kan zij waarde krijgen in de toekomst, omdat ze dan verleden is.
De filosofie heeft haar nut als woordkunst. Zij legt de context en gevoelswaarde van begrippen vast. Daarmee vormt ze een referentie voor de andere geschriften. De filosofie is het kader van de literatuur.

39
Had hij haar hiermee omzeep geholpen? David hoopte het niet. Ze was nodig. Hij zou geen leven hebben zonder haar. Zij was de fundering van zijn leven.

40
Smerig was dat. Haar eerst afkatten, daarna ophemelen en uiteindelijk zou hij haar laten vallen, als een baksteen. Dat wist hij nu al, er was binnen de kunst geen plaats voor een aparte entiteit als de filosofie. Zij moest samengaan met de literatuur. De edele kunst van het geschreven woord moest haar absorberen. Jostein Gaarder had in 'De wereld van Sofie' een aardige poging gedaan, maar Robert Persig spande tot nog toe de kroon, zeker met Lila.

41
Was dat de leidraad waar hij naar opzoek was? Waren dat zijn fundamentele deeltjes? De woorden die om begrip vroegen. De juiste definitie van een deeltje levert uiteindelijk een ondeelbaar deeltje op.

42
David koos ervoor om de woorden tot zijn elementaire deeltjes te nemen. Zij hadden betekenis, hij had ook voor letters kunnen kiezen, of zelfs voor strepen en bochten. Het deeltje kan altijd kleiner.

43
In de natuurkunde zijn ze opzoek naar de punt die uiteindelijk de letter vormt, maar ook de punt is deelbaar. Het is zoals de filosofie het zijn probeert te beschrijven, terwijl het dynamisch is. Zo is een elementair deeltje niet elementair omdat het deelbaar is, altijd.

44
Hoe kon hij dit bewijzen? De wetenschap vraagt om bewijzen. Hoe toon je aan dat een deeltje altijd deelbaar is? Zelfs het tegenovergestelde aantonen is onmogelijk. En de technische mogelijkheden van de toekomst zijn ook onbekend.

45
En zo kwam hij terug op de waarheid. Daaraan zat nog een aspect, behalve perspectief. Dat was de tijd. Of bestond het perspectief onderandere uit tijd?
Hoe weet je dat wat nu waar is, dat dat ook over tien jaar nog waar is?

46
David kreeg meer gegrip voor het Nederlandse rechtssysteem. Nu hij er deze gedachte bij had begreep hij opeens de logica van verjaring.

47
Maar wat als je die literaire woestijn gecreerd hebt? Wat moet er anders en wat moet er over?

48
Het is de complete westerse beschaving die in zijn eeuwigheid van denken een keer een verkeerd pad is ingeslagen. Een fout die heeft geleidt tot onmogelijke taalstructuren, miljoenen doden en een onoplosbaar fenomeen als bewustzijn.
En dat was waar het David om ging. Om het bewustzijn. Een definitie wilde hij hebben, meer niet.

49
David besloot dat alleen de biologie en chemie van het leven bestond, dus zat de fout in de vraag waarop bewustzijn het antwoord was.

50
Natuurlijk was de vraag ouder dan het antwoord. Lees Ovidius' Metaforen en vindt de oplossing. Het zijn Metaforen. Bewustzijn is de moderne god van de onopgeloste vraag naar het zijn. Zoals elke god een oplossing is voor een vraag die niet beantwoord kan worden.

51
Wat blijft er van je zelfvertrouwen over als iemand zegt dat je niet aardig bent? Hoe waar is het als iemand je een aardige jongen vindt?
Gek is dat,
dat we denken
dat sommige mensen
gek zijn.

Of anders.

52
David hoorde de regen kletteren en besefte dat hij nu het liefst Danielle vast zou willen binden op een eetkamerstoel en haar dan, zonder dat ze kon bewegen, eens uitgereidt te gaan beffen.
Dat zou te gek zijn, zo midden op de dag met de gordijnen open.

53
Of zoals in L'histoire d'O volledige overgave eisen. Het bezitten van iemand, dat alleen kan als de ander het je geeft, maar dat je zover kan uitbuiten...

54
De waarde die mensen hechten aan oordelen van anderen. Dat men dat waarde oordeel voor waar houdt. Daar komen oorlogen van.

55
Gevoelsmatig had bewustzijn voor David dezelfde onmogelijke betekenis als de waarheid. Zoek je het dan vindt je het niet en toch heeft iedereen het idee dat ie weet wat je bedoeld. Sterker ze zeggen te weten wat het is totdat je om een definitie vraagt.

56
De drang van mensen om te heersen of te overheersen, die lijkt normaal. Het promotie maken en leidinggeven wordt zelfs gestimuleerd, maar om leiding te geven moet er ook iets zijn dat die leiding wil aannemen.
Het is altijd geven en nemen. Anders kan het niet. Maar normaal is het niet, als je overheerst wil worden. Als je de leiding bij een ander legt, blijft toch altijd dat stemmetje in je hoofd, dat zegt: Maar je moet wel voor jezelf opkomen, hoor!

57
Hoe moeilijk is het om jezelf over te geven?

58
Riducuul zijn de kleding voorschriften op kostscholen, of bij padvinders. Ze zijn er niet om een team te vormen, maar juist als ontkenning ervan. Of eigenlijk is ook dat niet waar. Het is erger. Het feit dat je kleding voorschriften hebt om onderscheid uit te sluiten is absurd. Het werkt als een beklemmend keurslijf, leidt tot vervlakking en nodigt uit tot prestatiedrang.
Het is een substituut. De wil tot onderscheiding die gebaseerd was op geld en smaak (of marketing) wordt verplaatst naar de natuurlijke afwijkingen als een bril, dikheid of intelligentie.
Uniformiteit lost dat niet op. Het maakt de wereld alleen maar eentoniger.

59
Het feit dat Danielle hem ooit had laten kennis maken met bondage was voor David een eye-opener geweest. De vrijheid die onderdanigheid hem gaf was groter dan zijn eenzame voettocht door de bergen.

60
Weer een woord uit de categorie waarheid en bewustzijn: vrijheid. Allemaal lijken ze dezelfde componenten te bevatten: tijd en persoon. En allen lijken ze even fictief als het leven zelf.

61
Dwalend door het gedachtenlandschap van Wittgenstein lijkt het antwoord duidelijker. Het antwoord schuilt niet in dat wat geschapen is maar in dat wat haar, de natuur, beschrijft. Het is de taal die het probleem is.
Met zijn Tractatus gaf Wittgenstein de logica als oplossing. Nog voor zijn dood besefte hij zijn fout, maar kwam niet meer toe aan de oplossing. David vermoedde echter dat zijn oplossing bestond uit het eindeloos herformuleren van woorden, zinnen.

62
Hoe bouw je een kasteel op drijfzand?

63
De Platoniaanse manier van denken en de Oevdiaanse manier van boeken schrijven, dicteren onze westerse cultuur.

64
Wat sla ik over, laat ik buiten beschouwing?
Buitengesloten is het geloof. Bewust buitengesloten, omdat iedereen alles kan geloven, kan het geloof per definitie niet een onderzoeks object zijn. Het geloof is ook per definitie altijd waar en kan niet bediscusieerd worden.

65
Wat begint God zonder mensen?

66
De oneindigheid die David zichzelf had om te denken, de rust, het gelijk zijn van elk moment, deed hem soms dromen. Of misschien beter dwalen met zijn gedachten. Het feit dat alles toch gedaan is, dat ondanks het foute idee van noodzaak er ook een leven is.
Hij keek haar huis, annex zijn werkkamer rond en zag de papieren, keurig geordend op stapels. Welliswaar veel stapels, maar toch...

67
Ik denk dat ik weet waarom David er altijd zo'n rotzooi van maakt en zich juist daarom zo gelukkig voelt. Door die puinbak verkleint hij zijn ruimte en daarmee hoeft hij niet meer bang te zijn voor die enorme grote wereld.

68
Er zijn volwassenen, dacht David, meestal zonder kinderen die verhaaltjes gaan geloven. Die snappen het principe niet van duinmonsters, boskabouters of de kerstman. Sommigen blijven levenslang in de sprookjes geloven.
Misschien zijn sommige schrijvers zo goed dat hun fictie voor waarheid wordt aangezien.
Misschien kunnen we niet sneller dan het licht, misschien is er een kleinste deeltje.

69
Waar is de twijfel gebleven? Als de theorie niet klopt met de waarneming, of de waarneming niet met de theorie, dan is er iets mis en moet er twijfel ontstaan.
Als er een theorie is die iets benoemt als bewustzijn en we kunnen het niet vinden, dan is er een reden voor twijfel.

70
Of het leven nu zin heeft of niet, maakt niets uit. We leven al eeuwen met die twijfel en daarmee wordt het niet zinvoller.

71
David wilde niet komen aan het begrip bewustzijn. Bewustzijn is als God, het is zo verankerd in onze belevingswereld dat het onaantastbaar is. Er moest een andere manier zijn om bewustzijn aan te pakken. Zoals ooit God ontstaan was uit een behoefte, zo moest ook bewustzijn een antwoord zijn op een vraag. Er moest een behoefte zijn aan bewustzijn. Maar wat?

72
Of wie...? Misschien was bewustzijn een deeloplossing van de vraag "Wie ben ik?"

start
Start: oktober 1998
End: December 2000