Het
dagboek van mijn oom
12
feb.
Het was een koude dag vandaag. Ik heb
de laatste tijd niet veel geschreven omdat er niet veel te schrijven valt. Mijn
rug wordt niet beter. Hij is nog steeds zeer pijnlijk en ook mijn benen zijn
stram. Ik voel me oud en stram, maar nog geen tachtig.
13 feb.
Het
heeft vannacht gevroren en ik voel me stijver dan ooit. Ik heb mÕn werk afgebeld
en heb een afspraak met de dokter
gemaakt. Ik moet er vanmiddag heen.
Vannochtend heb ik nog wat huiselijke
klusjes gedaan en ik ben net terug van de huisarts. Hij heeft niets kunnen vinden.
Hij zei dat het waarschijnlijk niets bijzonders was. Het had waarschijnlijk
met de ouderdom te maken en ik ben pas 54.
Ik moest veel blijven bewegen
en vooral veel lopen en zwemmen.
Zwemmen!!! Hoe verzint de gek het. Het is
mid-winter.
Maar goed ik zal elke dag wel een strandwandeling maken en kijken
of dat helpt.
14 feb.
Nog
steeds niet naar mijn werk geweest. Wel heb ik een lange wandeling langs
het strand gemaakt. De frisse zeelucht deed me goed.
20 feb.
Vandaag
zijn collegaÕs van me langs geweest. Ze hadden bloemen mee. Ze vonden dat ik er
slecht uitzag. Niet dat ze dat zeiden, maar ik kon het aan hun zien en merken.
Het
was gezellig. Toen ze weg waren heb ik een strandwandeling gemaakt en
op de boulevard heb ik een visje gehaald voor bij het eten.
22 feb.
De
pijn wordt steeds erger. Ik ga
morgen weer naar de huisarts en volgende week moet ik naar de bedrijfsarts. Ik
ben vandaag mÕn bed niet uitgeweest. Zelfs niet voor mijn wandeling. Ik voel
me beroerd.
23 feb.
Volgens de huisarts, waar ik vandaag ben geweest,
komt de verkramping in mijn rug door een verkeerde loophouding.
Ik schijn opeens
te lijden aan x-benen. Hij heeft me doorverwezen naar de fisiotherapeut.
En
ik moet gaan zwemmen, dat schijnt goed voor de ontspanning te zijn.
24
feb.
Ik ben vandaag naar
het zwembad gegaan. Het zwemmen was inderdaad heerlijk, maar het smerige chloor-water
zit nogsteeds in mijn neus en oren. Ook mijn ogen zijn nog rood en gezwollen.
Vandaag
eet ik kabeljauw en spercibonen.
25 feb.
Ik zwem nu
alle dagen en ik vind het heerlijk. Ik voel me als een vis in het water. Ik kan
alleen niet er aan het chloor wennen, maar voor mijn ogen heb ik een duikbrilletje
gekocht.
In het water heb ik geen last van de pijn, maar als ik er uitkom
lijkt het wel erger dan toen
ik erin ging.
Lopen gaat me steeds meer moeite kosten.
26 feb.
Na
het zwemmen ben ik nog even langs de boekwinkel gelopen en ik zag daar in de
etalage een boekje liggen over Japans eten en over het eten van rauwe vis.
Ik
heb het gekocht en er staan allemaal recepten met vis in en ze lijken me allemaal
erg smakelijk.
Het gevolg is dat ik vanavond kabeljauw in sojasaus, verpakt
in zeewier eet. Ik ben benieuwd.
27 feb.
Ik ven vandaag naar de
bedrijfsarts geweest en die heeft
me voorlopig arbeidsongeschikt verklaard. Ik vind het niet echt erg, want
ik schaam me voor mÕn manier van bewegen. Ik lijk wel een oude man.
Het eten
van gisteren was overigens heerlijk. Ik weet nog niet wat het vanavond gaat worden,
ik zal wel zien.
9 maart
Lang niet geschreven, maar alles doet
ook zoÕn zeer. Mijn rug ziet eruit als een bult. Ik durf niet meer naar het zwembad
en ook durf ik niet meer naar de huisarts te gaan.
Ik blijf binnen, alleen
voor eten ga ik even naar buiten.
Ik zien dan al die mensen naar me kijken en ik zie kinderen wijzen.
Ik
wou dat het zomer was, dan was het in iedergeval warm.
Maar, eerlijk is eerlijk,
het wordt al warmer en ik heb me voorgenomen om, zodra het warm genoeg is,
in zee te gaan zwemmen, dan ben ik eindelijk van het chloor af. En ik kan op
het strand een rustig stukje opzoeken waar niemand mij stoort.
11 maart
Vandaag
is er iets raars gebeurd. Mijn huid voelt hard aan. Het lijkt wel eelt.
Ook gaat mijn huid steeds
meer schilveren. Ik weet niet wat het is, maar ik smeer het maar in met wat vettigheid
in de hoop dat het vanzelf overgaat.
Het schrijven gaat steeds moeilijker.
20
maart
Als ik in de spiegel kijk schrik ik van mezelf. Mijn
gezicht is mager en mijn ogen liggen diep in de kassen.
Mijn huid bevat allemaal
schilvers die niet meer loslaten. Het lijken wel schubben.
Gisteren heb
ik het zeewater even gevoeld en het voelde heerlijk warm aan, ondanks de weinige
zonnestralen die we hebben gezien.
Vanmiddag
ga ik eens proberen te zwemmen in zee.
Dit is het
einde van het dagboek. Van omstanders heb ik gehoord dat mijn oom inderdaad die
middag naar het strand is gegaan en door de politie zijn later kledingstukken
van mijn op het strand gevonden, onbeheerd.
Mijn oom is nooit uit de zee wedergekeerd
en ook hebben ze zijn stoffelijk overschot nooit gevonden.
Maar
wie gaat er dan ook zwemmen in die kou. Dat overleeft toch geen mens.