Het leven is fictief

© 2001 David

De werkelijke revolutie die door Einsteins theorie tot stand werd gebracht ... was het opgeven van het idee, dat het ruimte-tijd coördinatensysteem een objectieve betekenis heeft als afzonderlijke fysische entiteit. In plaats daarvan wijst de relativiteitstheorie erop, dat ruimte- en tijdcoördinaten slechts elementen van een taal zijn, die een waarnemer gebruikt om zijn omgeving te beschrijven.

-Mendel Sachs-

Electronica had golven door karton gejaagd en het had zo de tonen geproduceerd die in Erics oor waren blijven hangen. Eigenlijk waren het niet de afzonderlijke tonen die in zijn oor waren achtergebleven, maar was het één enkele hoge fluittoon die een opeenstapeling was van alle klanken van die avond.

Het meisje naast hem probeerde zich fluisterend verstaanbaar te maken en Eric knikte. Blijkbaar deed hij dit op de juiste momenten want hij bleef haar zacht zoemen op de achtergrond horen. Zij was het geweest die hem in deze afgesloten, starende stemming had gebracht. Haar strelende handen, haar warme mond en haar wellust hadden alle werkelijkheidszin uit zijn lichaam weggezogen. Zijn ogen waren gericht op het oneindige duister voor hem. Zijn gedachten tripten buiten hem om en hij had geen enkele behoefte terug te keren tot de werkelijkheid, zelfs niet voor haar.

Kleurvlekken trokken door de lucht, onafhankelijk van de licht verkoelende bries. Zwervend jaagde hij de vlekken na om ze te zien vervagen nog voordat hij ze had kunnen vangen. Onveranderlijk bleef het zwart hem omringen en Eric besloot zijn ogen te sluiten omdat er toch niets veranderde. Nu pas ontdekte hij hoe sterk de zwaartekracht was. Met gesloten ogen lag hij languit in het zand en voelde de warmte van het meisje waarvan hij de naam niet meer wist.

Zij was hem achterna gekomen toen hij de strandtent had verlaten en ze had hem gevraagd of ze mee mocht lopen. Ze vond het te gevaarlijk om alleen te gaan. Samen waren ze een stuk het strand op gelopen, weg van de hoofdafgang. Hij had haar verteld dat hij nergens heen ging, dat hij de muziek zat was en zij was het met hem eens geweest. In een achtergelaten kuil waren ze gaan zitten en hadden de sterren bekeken. Door wie en waarom wist hij niet meer, maar ze waren aan de praat geraakt en hadden het steeds kouder gekregen. Als vanzelfsprekend waren ze dichter tegen elkaar aangekropen. Nu lag hij daar met gesloten ogen en met allerlei geluiden die zich in zijn oor vermengden tot een rustgevende ruis. Het geruis, de rust en de oneindige duisternis brachten hem in een staat van meditatie. Hij was opzoek naar verlichting.

"Ben je hier alleen?", verbrak hij onverwacht de stilte.
"Ja."
"Heb je verder nog iets zinnigs te doen?"
"Nee, hoezo?"
"Ik ga weg, ga je mee?"
"Waarheen?"
"Geen idee, als het maar weg is van hier."
"Voor hoelang?"
"Geen idee, misschien voor eeuwig."
"Ik moet morgen werken."
"Ik ook en toch ga ik."
Zij ging niet.

Het strand versnipperde in korrels onder zijn voeten. De nacht verwaaide boven zee en het ochtendlicht keek nog net niet over de duinen heen. Hij wilde de kustlijn blijven volgen, dat was zijn idee. Even plotseling als zijn beslissing om te vertrekken, was zijn verandering van perspectief. Waren voorheen zijn grootste zorgen de economie en de politiek, nu zag hij opeens de gelijkenis tussen het strand en de snelweg. Niet omdat ze beiden ergens naar toe gaan, ook niet hun schijnbaar rechte lijn, het was de vervuiling die zo treffend was. Het op asfalt gelijkende teer, de blikjes, flessen en plastic op de ruststroken en de onachtzaamheid in het gebruik.

Het beloofde weer zo'n mooie dag te worden, zo'n dag als de dag ervoor, maar dat was niet wat hem bezig hield. Er was alleen nog het nu, het oneindig kleine moment gevangen tussen verleden en toekomst. Stormend joegen gedachten door zijn hoofd. Zonder een bepaalde richting overdachten ze elk moment en zochten ze naar de oneindige mogelijkheden die nu voor hem open lagen. Hij wilde niet ergens heen, hij wilde weg. Hij wilde het moment, nu. Daar was hij en nu verder. Hoewel hij zich verwijderde betekende dat niet noodzakelijk verder weg. Het was het nu waarin hij bleef en waarin hij verder wilde. Het verleden zou groter worden en de toekomst kleiner. Maar alleen door hun beider oneindigheid maakte dat geen verschil.

Vorstelijk was de dag met goud bekroond. Een lichte zeebries streek over naakte, gebruinde lijven en hij zag het. Participeren deed hij niet, hij observeerde en liep als een misplaatst deeltje door de chaos van stijf geoliede lijven op weg naar het volgende moment. Als foto's grifte hij de beelden in zijn geheugen.

Foto's: verstilde plaatjes van zeldzame, gelukzalige momenten voor vrienden en kennissen. Geprojecteerd, als trofee, op een diascherm om te laten zien hoe goed ze het hadden gehad. Belangrijker was waarschijnlijk om te laten zien dat zij het beter hadden gehad. Daar deed hij niet aan mee. Hij brandde de plaatjes met de zonnestralen in zijn geheugen om er later van te kunnen verhalen. Verhalen zodat hij selectief kon zijn, zodat het leerzaam werd en geen wedloop.

Een wedloop kun je niet winnen, dat hebben de jaren van de kernwapenrace als 's werelds grootste pretentie wedstrijd toch wel aangetoond. De enige winst die je in een mensenleven kunt boeken is de overdracht van kennis. Lang leve Internet!

De eerste avond alleen op het strand was een rustige. Er was nauwelijks wind en de temperatuur bleef tot middernacht aangenaam. Het vuur dat hij aangestoken had vrat zich een weg door het door hem verzamelde hout. Een romantisch en historisch licht maakte hem poëtisch en hij zat ontspannen over de zee te staren, luisterend naar het zacht geruis van de golven. Diep in gedachten verzonken. Gedachten over de verlatenheid die hij als rust ervaarde. Over de momenten van angst en hartstocht die hij had gekend. Het gevoel dat hij beter zijn best had moeten doen om haar, van wie hij de naam niet meer kende, over te halen om toch mee te gaan.

Zijn gedachten waren als golven: ze kwamen aanrollen, braken op de kust en weg waren ze. Ze werden terug gezogen om nieuwe golven te vormen: een eeuwig durend ritueel. Een beter perpetuum mobile dan zijn kampvuur dat niet in staat was zichzelf aan de gang te houden. De vlammen vraten rap het kurkdroge hout. Het vuur zakte in en liet niets over dan smeulende kooltjes. Hij kroop in zijn slaapzak en wist zeker dat er een volgende dag zou komen. De sterren straalden aan de hemel. Hij dacht nog even aan de vorige avond, die leek ver weg. Het verleden was weer een stukje groter en een toekomst een stukje kleiner. De race moest te winnen zijn.

Het strand was kil, de verlatenheid des te groter toen hij wakker werd. De rust leek oneindig, maar hij wist precies wanneer deze eindigen zou. Het zou niet lang meer duren. De eerste zonnestralen kwamen al over de duinen heen, de onrust zou snel volgen.

De kooltjes waren uit. Hij had gisteravond slimmer moeten zijn. Hij had er zand over moeten gooien. Zand erover, dan broeit het langer.

Hij dacht er nog eens over na; eigenlijk bestaan verleden en toekomst niet. Alles wat er werkelijk is, is het nu en dat is al voorbij. Het leven is fictief. Het verleden leeft alleen in onze herinnering. Dat is fictief, want je onthoudt alleen jouw verleden, althans jouw versie van het verleden. De toekomst is geen discussiepunt. De toekomst is fictief, hij bestaat alleen in intentie. Blijft het nu over. Het nu is het oneindig kleine moment waarin de dingen gebeuren, daarvoor bestaat geen tijdsaanduiding. Elke fractie van een tijdsaanduiding is te veel. Het moment nu bestaat grammaticaal, maar niet in werkelijkheid. Het leven is fictief.

Hij dacht het, hij snapte het, maar de betekenis drong niet tot hem door. Hij bleef zich afvragen of er enige betekenis aan deze conclusie zat. Zou dit de wereld veranderen, verandert de wereld überhaupt door een verandering van perspectief? Werd zijn leven anders door dit inzicht? Hij dacht het eerder omgekeerd, doordat zijn leven anders werd, werd dit zijn perspectief. Wat is oorzaak, wat gevolg, wat kip, wat ei?

Zijn lange schaduw rekte zich over het strand. Zwart als de nacht schoof hij over de zandkorrels en wiegde zich vervolgens over de toppen van de golven. De zee spatte in druppels uiteen toen Eric zijn schaduw verdronk. Als een verzopen kat kwam hij weer boven. Alle haren op zijn lichaam plakten tegen zijn huid. De vrijheid van het verlaten strand zou weldra plaats maken voor in zonnebrandolie gebakken schaamte en dus hield hij het kort. Hij kleedde zich, pakte zijn boeltje bij elkaar en ging er vandoor. Tegendraads als hij was liep hij de badgasten tegemoet om in de badplaats eten en drinken te kopen. Vrijheid is mooi, maar je moet haar wel overleven. De winkels waren leeg. De zondag naderde, maar één persoon kon voldoende krijgen voor een weeshuis. Voor één gezin was er te kort geweest. Met een gevulde rugzak daalde hij af naar het geoliede strand. Hij kon de tropen ruiken door de machinegeur heen. Hij zag de kokospalmen, de wuivende mangobomen zwaar van de vruchten en de harde bladeren van de aloë-vera verstild tussen het stuivende zand.

Witte Hollandse melk met bruinende oliën hobbelden langs hem heen. Later op de dag zouden ze de zachte gloed hebben van vers gekookte kreeft. Nu schemerde nog het blauw van de levende kreeft als adertjes door de te dunne, niets gewend zijnde huid.

IJdeltuiten zijn het. Ze verzieken zichzelf. Ze laten geen kans onbenut om er mooier uit te zien dan ze nu doen. En met 'ze' bedoelde hij de mens. Niet 'de vrouw' of 'haar borsten', niet iemand of een doelgroep specifiek. Maar de mens in zijn algemeenheid. En exhibitionisten zijn het ook.

Hij was hypocriet. Hij veroordeelde de groep waartoe hij behoorde op een toon alsof hij geen deel van hen was. Alsof hij de enige uitzondering op de regel was. Hij maakte de mens tot doelgroep en benoemde zichzelf tot therapeut.

Alleen mensen kennen doelgroepen. Het is een onderdeel van onze neiging tot stigmatisering, tot hokjesgeest. Doelgroep is een denigrerend woord. Een doelgroep is een groep die wij ons tot doel stellen. Wij beschouwen hen als één en bepalen dan wat goed en fout voor hen is, wij nemen hen bij de hand en leiden hen door het leven, of in ieder geval door hun moeilijke periodes heen.

Tenen pas op tenen! Iedereen loopt op blote voeten en het is druk op het strand vandaag. Hij moet voorzichtig zijn met waar hij loopt. In overbevolkte gebieden moet je rekening met elkaar houden en dat houdt onder andere in: niet te veel in gedachten verzonken zijn en uitkijken waar je loopt.

Niet te veel denken, hou rekening met een ander. Tien mensen op vijf vierkante meter met voet- en beachbal, loop niet tegen iemand aan.

Eric zette zijn gedachten uit, wilde ook niet meer observeren en liep als met oogkleppen op door de menigte. Weg van de paviljoens, weg van de ijstenten, weg van de mensenmassa. Op zoek naar rustiger strand.

Het vrijestrand doemde als een blinde vlek voor zijn ogen op. Vroeger heette het vrijestrand naaktstrand. Voor hem was het zijn fata morgana van rust. Was het naaktstrand een rustig stuk geweest, het vrijestrand was bezaaid met windschermen en primitieve van juthout opgetrokken hutjes. Ze wilden vrij zijn, maar wel zo dat niemand het zag. Zich niet generend voor zijn kleding ging hij er tussen zitten. Dat vond hij nou zo leuk aan de term 'vrijestrand', er stond niet meer wat ze wilden. Het maakte je gedrag veel vrijer. Op een naaktstrand zou hij het gevoel hebben gehad dat hij naakt moest zijn. Nu voelde hij zich vrij om te doen en laten wat hij wilde. Uit zijn rugzak pakte hij brood en een fles mineraalwater. Hij at en dronk en staarde over zee. Het verbaasde hem dat het zo eindeloos leek, de zee. Die continu repeterende beweging, altijd gelijk, altijd anders.

Eric vergat zijn omgeving en droomde weg in zijn gebruikelijke gedachten en associaties. Dat gek zijn dicht in de buurt moest komen van de kronkels van zijn geest. Dat het Engelse gek zijn meer weg had van een maanziekte en dat veel woorden een vreemde betekenis hadden waarvan hij niets snapte. Zoals 'aangeboren' als in 'aangeboren afwijking'. Dat woord snapte hij niet. Hoe kon iets nu aangeboren worden of zijn? Het kan voorgeboren zijn, een afwijking kan nageboren komen, maar aangeboren?

Hobbelend en wiebelend gingen er lichaamsdelen voorbij die in het normale leven angstvallig verborgen zouden blijven. Dit was niet het normale leven; Of tochŠ? Het maakte niets uit.

Het maakte niet uit of hij verzon dat er nu naakte mensen over het strand liepen of dat hij dacht dat ze dat op hun werk niet zouden doen, ondanks dat dat niets met temperatuurverschillen te maken had. Hij zou de plaatsen van handeling net zo goed hebben kunnen omdraaien zonder dat er iets aan de bizarheid van de situatie veranderde.

De vraag die belangrijk voor Eric was, was waarom doen we het één, terwijl, als we de keuze hebben, we het ander doen? Waarom conformeren als we daarmee onze fictieve vrijheid opgeven, of was de conformatie fictief en onze vrijheid reëel? Is vrijheid de enige universele waarde en de rest slechts verbeelding, fantasie, gedachten en inbeelding?

De ergste warmte van de dag was voorbij en hij wilde verder. Moeizaam slofte hij door het mulle zand. Hij kreeg het warmer dan hij het zou hebben gehad als hij in de twee-uur-hitte was blijven lopen met laag water. Kennelijk was een perspectiefwisseling niet voldoende. Vrijheid bleek gebonden aan natuurlijke ritmes.

Hij wilde echter verder en besloot dat een paar druppels zweet niet de reden konden zijn om te stoppen. Weer was hij tegendraads bezig. Terwijl de nu tot gekookte kreeft verworden mensheid zich verplaatste naar de opgang, verwijderde hij zich. Zo voelde hij het ook. Hij nam afstand van de mensheid die in hun domheid de schoonheid van hun eigen lichaam niet konden nemen zoals ze was.

Het was niet de kleuring die hem tegenstond, maar de onzorgvuldigheid waarmee dat gebeurde. Zoals ook de oprekking van lichaamsdelen met siliconen en anabolen hem tegenstond omdat dat op latere leeftijd altijd weer gecorrigeerd moest worden. Op jeugdige leeftijd wordt de huid opgerekt om haar op latere leeftijd weer in te moeten korten, en dat alles om het spannend te houden.

Eric liep door tot voorbij de schemering. Het strand was nu definitief verlaten, zolang de zon tenminste weg bleef. Hij zag in de verte de lichtjes van een volgende ingang naar het menselijke landleven. Zich bewust van de vertekening die het strand kan bieden bij nacht wilde hij toch proberen er te komen, om daar in de buurt te kunnen overnachten. En Eric had behoefte aan afleiding. Hij wilde vermaakt worden en hij wist dat daar mensen zouden zijn.

Beukend kwam de muziek uit de opening van de deur, waar nu kennelijk iedereen tegendraads was. Masochisten zijn het, als ze maar geslagen worden, ook al is het een drumbeat. Eric stormde met beukend hart achter zijn voorgangers aan en wrong zich een weg naar binnen om zich te laven aan zweet, rook en verschraald bier. Hij kwam hier voor één ding en dat was dansen, maar alvorens hij ritme kon houden moest hij eerst een paar biertjes gedronken hebben en dat was dan ook zijn eerste doel. Het doven van de geest om zo de instincten naar boven te kunnen laten komen. Na de biertjes zwaaide hij zichzelf de dansvloer op om er niet af te komen voordat zijn benen gloeiden als witheet staal. Hij haalde weer twee bier en sloeg er één direct achterover. Hij pakte een barkruk langs de rand van de dansvloer en liet het zweet uit zijn poriën stromen. Eric staarde als in een roes naar de kronkelende lichamen op de dansvloer en herinnerde zich wat hij ooit ergens gelezen had, dat dansen de vertikale vertaling is van wat horizontaal veel leuker is. Die schrijver had waarschijnlijk aan ballroomdansen gedacht. Voor zich zag hij glimmende lijven in opvallende kleding bewegingen maken die sensueler en opwindender waren dan een liefdesspel. Zijn lichaam was warmer en meer bezweet dan hij ooit in een vrijpartij had meegemaakt en de extase in zijn hoofd was massaler dan een vrouw ooit voor elkaar had kunnen krijgen.

Een jonge vrouw in een te strak wit pakje leek te weten dat ze beter kon dansen dan de rest. Ze keek hem even aan, wat voor hem voldoende was om zijn tweede bier weg te werken, de hitte in zijn benen te vergeten en de uitdaging aan te gaan. Blacklights lieten niet veel van haar kleding over. Alleen haar ondergoed leek bestand tegen de X-ray stralen. Hij veegde het zweet uit zijn ogen, gooide zijn halflange haar naar achteren en perste alle energie uit zijn lichaam om met haar mee te kunnen doen. Het was geen wedstrijd, het ging niet om beter, het ging om vermaak. Het ging om het totale opgaan in de muziek en het dansen met elkaar, dat was zijn ultieme doel. Vijf nummers later moest hij haar laten gaan. De wandeling van die middag had te veel gevraagd. Ze knipoogde, hij lachte, ze wenkte, hij bedankte. Tegen een muur geleund stak hij een sigaret op. Zij ging door en verslond nog een paar andere slachtoffers. Ze was heet en goed.

Bij de ingang haalde hij zijn spullen op en ging terug naar het strand. Hij dook in zee.
Toen hij het koud begon te krijgen droogde hij zich af, hing zijn kleding over het prikkeldraad en kroop in zijn warme slaapzak om de rest van de nacht aan zich voorbij te laten trekken alsof deze er niet was. Alsof er alleen nog een volgende dag bestond.

Verkwikt stond hij op. Zo had hij de dag graag. De zon scheen, het was windstil en hij voelde zich energieker dan ooit. Na zo'n avond feesten had hij altijd weer voldoende energie en levenslust om zijn denkraam enige maanden draaiende te houden.

Hij gooide zijn spullen op zijn rug en vertrok. De hele banaliteit van een uitgehoste discotheek achter zich latend. De zonde is er om het leven aantrekkelijk te maken verder moeten we hem verfoeien. Zelfs de kerk wist dat al heel snel. Biecht en ge zijt vrij. Kortom zondig en het zij u vergeven.

Hij jaagde zijn dromen na, nu hij de vrijheid geroken had, in het ritme van de natuur. Hij liep bij eb, rustte bij vloed en wist dat de woorden verkeerd gekozen waren, maar in de volksmond heet het zo. Eb en vloed zijn geen statische punten, dat zijn hoog- en laagwater. Eb en vloed zijn de bewegingen. Daarbij is vloed de poging van de zee om land te veroveren, om dat bij eb weer prijs te moeten geven. De mens had, niet gehinderd door enig verstand van zaken, de functie van deze bewegingen ingedamd tot een nutteloos, zelfs lastig verschijnsel. Elke winter spoelden er meters duin weg die tegen hoge kosten weer hersteld dienden te worden.
Hoe dom zijn we eigenlijk bezien tegen het raamwerk van de natuur en hoe machteloos het tij te keren? Dacht hij toen hij over het strand liep en luisterde naar het golfgerommel in de marge. Het was laagwater, het strand was breed en langs de vloedlijn lag een enorme hoeveelheid door de zee uitgebraakte rommel. Het werd tijd voor een storm met veel stuifzand, zodat alles onder dat zand zou verdwijnen, zand erover...

Leuk voor archeologen later. Wat zouden ze over 2000 jaar over deze tijd denken? Moest er over deze tijd nog nagedacht worden, zou er enige noodzaak zijn om over onze overgedocumenteerde tijd onderzoek te doen? Alles wat gebeurt wordt vastgelegd. Er is nog nooit in de geschiedenis van de aarde zoveel getekend, geschilderd, geschreven, gefotografeerd en gefilmd.
Het bewijsmateriaal van ons heden stapelt zich op zodat onze nakomelingen niet het probleem hebben dat wij hebben. Zij hoeven niet in de grond te graven om te zien wat er voor hun was, óf er wat voor hun was. Nu leggen wij alles vast zodat zij alles zullen weten. Het groeiende verleden zal niet langer fictie blijken te zijn, maar op celluloid en magnetische band vastgelegde feiten. Bewijsmateriaal van aanwezigheid en gebeuren, weliswaar nog selectief, omdat niet alles te filmen is, maar we gaan ver. Zelfs van de meest onbenullige vakantie is er een film, of op zijn minst een paar foto's, die tellen ook. Niet het exacte gebeurde ligt op een foto vast, maar wel de gevolgen.
Een foto wordt altijd te laat genomen.

Eric dacht terug aan zijn eigen vakantiefoto's; aan Frankrijk. Het helderst stonden de foto's uit zijn jeugd hem voor de geest. De foto's van zonnige momenten waarin niets gebeurde, die alleen dienden als aantekening, herinnering, geheugensteuntje; hier zijn we geweest. Poses waren het, voor kerken, bergen, afgronden en campings, veel campings. Al deze herinnerde beelden waren in plakboeken terecht gekomen die als fotodagboeken in de huiskamer hadden gestaan.
Hij had ze nooit meer ingekeken sinds de scheiding van zijn ouders en hij zou niet eens meer weten waar de boeken nu zijn. Noch bij zijn vader, noch bij zijn moeder had hij ze ooit nog gezien.
Nog zo'n mooie herinnering aan de vakanties waren zijn boeken die hij toen gelezen had. De boeken van Thea Beckman die hij vaak al uit had voordat de vakantie afgelopen was. Toen hield hij van dikke boeken met veel letters en boeiende verhalen. Ook Ludlum en Karl May had hij toen veel gelezen.

Eric dacht na over de evolutie van zijn lezen. Hij las nu nooit meer de echt zuivere avonturenroman. Het waren nu boeken van Ken Kesey, Robert M. Persig en laatst nog On the road van Jack Kerouac. Alles op een rijtje zettend was het weinig Nederlands en toch nog steeds de vorm van een avonturenroman, alleen verpakt in een ander jasje. Of beter, het jasje was de avonturenroman. Maar het was meer.
Zijn laatste Nederlandse boek dat hij gelezen had was van Marion Bloem. Hij had dat gelezen op aanraden van een vriendin. Dat boek had hem aangegrepen: Lange reizen, korte liefdes. Tussen werk en andere verplichtingen door had hij het uitgelezen. Hij was zelfs zo in de ban geweest dat hij die vriendin een brief in dezelfde stijl geschreven had, uit zuivere bewondering voor het boek.
Dat had hij vaak, zo niet altijd, bij goede boeken. Hij werd één met ze. Leefde in de stijl en de vorm van de schrijver. Beleefde het mee zoals de schrijver het bedoeld had, althans dat dacht hij.

Zijn gedachten vielen stil en hij zag opeens zijn omgeving. Eric's liefde voor het strand was er ook één van gemakzucht, zelfbescherming. Op het strand kon hij niet fout lopen. Hij was al vaak de verkeerde weg in gegaan omdat hij zo in gedachten verzonken was geweest, zich totaal niet bewust van zijn omgeving.
Vreemd eigenlijk dat hij soms thuis was gekomen zonder te weten wat er onderweg gebeurd was. Hij kon zich dan niets meer herinneren, zelfs niet hoe hij gereden of gelopen was. Het beangstigde hem.

Zijn ene voet voor de andere plaatsend dacht hij aan de schijnbare eenvoud van deze handeling (voeteling?) en de complexiteit van het menselijk lichaam. Die enorme hoeveelheid botten, spieren, pezen en bindweefsels zorgden bijna ongemerkt voor een fantastische manier van bewegen.
Elke beweging van het menselijk lichaam is een wonder. Hij keek naar zijn handen, overdacht de gelijkenis met zijn voeten en de wezenlijke verschillen. En bedacht de reden voor de verschillen uit hoofde van hun functie.

Zijn verplaatsing over het strand, lopend, viel samen met het verstrijken van de dag. De tijdwijzer verplaatste zich naar de toekomst en hij verplaatste zich verder van zijn verleden.
Wezenlijk deden de tijd en hij hetzelfde. Beide verwijderden ze zich van hun verleden. De tijd duikelt in een vast ritme in het oneindige duister en de plekken die zij heeft gepasseerd noemen we verleden. Dit bracht hem op iets dat hij had gelezen in een boek van Stephen Hawkins, dat de tijd begrensd is. Dat er een gebied is buiten onze tijdgrenzen waar geen tijd bestaat. Eric had dit nooit begrepen, maar nu in zijn vergelijking met de toekomst leek het logisch.
De toekomst heeft geen tijd, alleen het verleden kent tijd. Dat is simpel. Dit maakt het verleden wel reëel. Het zou zelfs kunnen impliceren dat het verleden niet fictief is.

Het is vreemd dat wij als mens alleen leven met een reëel verleden en dat de rest niet bestaat. De rest, het nu, de toekomst, is een verzinsel, een idee, een waanidee. En toch zijn we in staat om met dat waanidee te leven.

Eric vroeg zich af wat dit alles betekende voor zijn beweging. Als hij hier stil ging staan, dan zou hij altijd dezelfde afstand behouden tot de plaats waar hij vandaan kwam, maar de tijd zou verder gaan dus de afstand tot zijn huidige verleden zou groter worden.
Zijn verleden is dus niet plaats gebonden, maar alleen afhankelijk van de tijd. Om afstand te nemen van zijn oude leven hoefde hij niet verder te reizen. Stilstand is geen achteruitgang. De tijd zou onafhankelijk van alles zorgen voor de afstand die hij nu lopende probeerde af te leggen.

Eric liep door naar de eerstvolgende kustplaats en ging het dorpje in. Hij liep naar een pensionnetje, betaalde voor een week en ging op bed liggen. Hij wilde even niet denken en viel in slaap.

Het was schemerig toen hij wakker werd. Hij wist niet hoe laat hij was gaan slapen, nu was het acht uur. Een waardeloos tijdstip. Alles leek ontregeld, zijn slaapgewoonten, zijn eten, zijn leven. Hij had nog maar een paar dagen geleden besloten een punt achter zijn oude leven te zetten en nu al was hij het ritme van dat leven vergeten. Hij wist niet meer wat voor dag het was. Alleen zijn horloge bleef doodeenvoudig de tijd aangeven alsof er niets veranderd was. Een oud, conservatief horloge dat ondanks alle veranderingen hetzelfde ritme bleef aanhouden.
Het was aandoenlijk en het ergerde hem. Hij gespte het leren bandje los en legde de ontbonden tijd op het nachtkastje. Zoals een ander een ingelijste foto van een geliefde of overleden naaste zou bekijken zo keek hij nog een keer naar zijn horloge. Hij keek naar de wijzers en de cijfers en verbaasde zich over de hoek die de kleine en grote wijzer met elkaar maakten.

Hij wilde eten. Hij ging naar de pizzeria aan de overkant van de straat. Het was er rustig maar gezellig, zoals alle pizzeria's op dezelfde manier gezellig zijn.
Hij bestelde rode wijn en een pizza en hing achterover in zijn stoel om bij te komen van de slaap.
Er was één meisje achter het buffet, één in de bediening en waarschijnlijk een kok. Ze hadden blijkbaar op een drukkere avond gerekend. Het leek Eric wat erg veel bediening voor hem en een tafeltje van vijf personen.
De pizza kwam en de wijn ging, beide door zijn keel naar binnen. De typische entourage van de pizzeria stelde hem op zijn gemak. De rust van het vertrouwde, elke pizzeria ziet er van binnen hetzelfde uit. Overal de chianti-flessen, de druipkaarsen, de donkere houten tafels en dito zware stoelen. De rust beviel hem, maar het uitzicht verveelde. Alles was op en dus was het tijd om te gaan, typisch Hollands.
Bij de deur keek hij nog even om en groette de meisjes bij het buffet. Hij opende de deur en daar stond Maristella. Ze wilde net binnen komen. Hij deed een stap opzij en liet haar binnen. Bij het verlaten van het restaurant keek hij nog even om en ook zij keek lachend om, terwijl ze naar het buffet liep. De deur viel achter hem dicht. Door de zijruit keek hij nog even naar binnen, maar ze was al in gesprek met de meisjes.

Tegen de duinvoet leunend zag Eric de zon ondergaan. Ze was rood, maar de lucht kleurde nauwelijks. Eric verbaasde zich erover hoe het draaiende effect van de aarde instaat was hem het idee van tijd te geven. Terwijl hij zat verplaatste de dag zich en maakte plaats voor de avond. Een grijze schemering kleurde zwart.
Dat was wat de nacht zo angstig maakte, het duister. Zoals de toekomst onzeker is en het verleden bekend, vertrouwd, zo is het duister onzichtbaar, eindeloos. Door de nacht begrijp je de oneindigheid die voor je ligt. De mensheid heeft in haar onvolkomenheid helaas anderen nodig om angsten en frustraties voor het onbekende in goede banen te leiden. Men kan slechts vrij zijn door die angst te overwinnen en de vreemde als jezelf te accepteren. Het schuim van de rollende golven geeft de grens aan van het leven en daarachter is er het niets.
Op het witte schuim kaatste het karige licht van het dorpje.

Eric's gedachten bleven haken op het feit dat het met het leven net zo is. Het punt nu wordt beschenen door het karige licht dat uit het verleden komt, dat is de grens: De omslaande golven van het leven. Achter de branding is de onzekere oceaan van de toekomst. En toch zijn er schepen...
Waarom je zover op een onzekere zee begeven? Waarom die veilige kust verlaten?
Eric pakte een sigaret en stak hem aan. Al rokend liep hij naar de waterkant. Dichter bij de zee bleek hij verder te kunnen kijken. Spiegelende golven lagen achter de branding. Verfrissend water omspoelde zijn voeten.
'Het weer veranderd.', dacht hij toen hij bemerkte dat de aflandige wind van de afgelopen dagen was gedraaid en dat de wind nu vanuit de toekomst blies. Ze werd ook sterker.

Hij hield van storm. Een goeie windkracht negen toonde hoe enorm de natuurkrachten kunnen zijn. Hij had er al vele meegemaakt en toch bleef hij zich elke keer weer verbazen, verwonderen.
Nietige kleine mensjes zouden tegen de wind inhangen, lieten de wind door hun haren bulderen. En de wind zou hun overvolle stresshoofdjes leeg blazen. De natuur zou laten zien dat de drukte die zij maakten niets was, vergeleken bij de drukte die zij maken kon. Zo kwam een storm altijd op Eric over. Hij vond het erg relativerend.

Het strand was verlaten, maar op het pad naar het dorp, tussen twee duintoppen, gloeide af en toe een oranje puntje op. Er was leven. Waarschijnlijk nog een eenzame ziel die zich verbaasde over de leegte. Of iemand die de rust zocht, dat was de gok. Weggaan kon altijd nog.

In stilte liep hij op haar toe.
"Mooi hè?"
Ze schrok. Ze was uit haar gedachten wakker geschud.
"Wat?"
"Mooi hè, zo'n inktzwarte lucht. Voorbode van slecht weer."
"Ja, ik denk dat het storm wordt."
"Ik hoop het. Ik kan wel wat storm gebruiken. Ik ben dat mooie weer een beetje zat.", toen het verder stil bleef vervolgde hij: "Mag ik erbij komen zitten?"
"Ja natuurlijk, het is een vrij strand."
"Eric.", hij stak zijn hand uit.
"Maristella, hi"
"Hi."
Ze keken omhoog. Liggend staarden ze blind het duister in.
"Kom je hier vaker?"
"Ja."
Ze had blijkbaar geen zin om veel te zeggen. Ze kwam hier voor haar rust. Eric stak nog maar een sigaret op. Veel zeggen had geen zin. Bij het schijnsel van zijn aansteker zag hij haar gezicht en hij wist dat hij haar eerder had gezien. De duisternis kon niet alles verhullen, maar voldoende om niet te weten wie ze was.

Wat zouden haar gedachten zijn. Onafhankelijk of ze de denker was of de rustende moest het haar verbaasd hebben dat hij zomaar bij haar plaats had genomen. Waarschijnlijk dacht ze dat hij haar wilde versieren, misschien had ze ook herkenning gezien, misschien wist ze zelfs al wie hij was.

"Dit is een mooie plek om na te denken. Je hebt hier het monotone ritme van de zee, de eindeloze leegte voor je en het echte leven achter je. Een prima plek."

Ze keek hem aan. Hij had haar aandacht, zo'n opmerking had ze niet verwacht.

"Heb je dat gevoel ook weleens, dat je niet snapt waar die duisternis vandaan komt?"
"Dat heet nacht, de zon staat nu aan de andere kant van de aarde.", zei ze cynisch.
"Dat bedoel ik niet. Kijk...", hij kwam zover overeind dat hij op zijn ellebogen kon leunen en haar aan kon kijken, "...zwart houdt in dat al het licht wordt geabsorbeerd. Nu branden er overal lampen: lantaarnpalen op de straat, licht in huizen en fabrieken, van de neonreclames aan de gevels én er zijn wolken. Wolken zijn water en dus prima spiegels en toch is alles zwart."
"Zo had ik het nog niet gezien. Zou verstrooiing er iets mee te maken hebben?"
"Geen idee, ik weet het echt niet, het verbaast me alleen."

Het had geleken of hij zich verontschuldigde. Het bracht haar uit haar evenwicht, uit haar toren. Het klonk alsof hij dacht dat hij het antwoord op haar vraag had moeten weten. Hij hoorde de verontschuldiging in zijn stem.
"Ik ook niet.", antwoorde ze. Ze dacht na.

Hij had haar blik getroffen in de pizzeria, dat was het! Ze was mooi en hij praatte met haar over donker en licht. Eric kon zichzelf even niet volgen. Hét waren weliswaar de gedachten die bij hem waren opgekomen, maar waarom had hij ze uitgesproken, iets dat hij normaal nooit deed. Normaal had hij met haar over de zee gepraat, over het ruisen van de wind en over de rust. Daarna zou hij haar reactie hebben afgewacht en als die positief was geweest had hij een toenaderingspoging gedaan.

Het leven was opeens zoveel anders. Deze onderwerpen, het praten met een vrouw, niets leek meer te kloppen. Het werd zelfs belangrijker dan die arm of die kus. Hij wilde haar zo graag vertellen wat hij dacht, wat hij wist. En hij wilde weten wat zij dacht en wat zij wist. Hij wilde een voller beeld van alles. Hij wilde een totaal beeld en het moest kloppen.

"Wat doe je hier?"
"Goeie vraag! Een eerlijk antwoord?", hij wachtte niet op het hare, "Ik bedacht me dat weglopen, waar ik mee bezig was, me net zo ver zou brengen van mijn verleden als wachten, omdat alleen de tijd belangrijk is. Kortom: tijd heelt alle wonden. En toen ik dat besefte was dit het dichtstbijzijnde plaatsje."
"Dus je wacht?"
"Ja..."

"Waarom is tijd begrensd?", hij mompelde het voor zich uit, zonder er over nagedacht te hebben, althans niet bewust.
"Foute vraag. Tijd is niet begrensd, ónze tijd, of beter ruimte-tijd is begrensd."
"Jij weet er kennelijk meer van. Vertel, het klinkt alsof je het snapt."
Hij was bij, wakker, weg uit zijn eigen gedachten. Ze had zijn volledige aandacht.
"Ik weet niet of ik het snap. Ik kan het je alleen vertellen zoals ik het begrijp."
"Da's al meer dan ik doe."
"Okee. Onze tijd bestaat alleen in ons heelal. Daar buiten bestaat er niets, alleen leegte. Dus de grenzen van ons heelal zijn ook de grenzen van onze tijd. Dat wordt volgens mij bedoeld met onze tijd is begrensd."
"Maar als ik een klok buiten ons heelal hou dan tikt hij toch gewoon verder?"
"Als je hem buiten ons heelal zou kunnen houden wel, maar dat kun je niet. De grenzen van ons heelal worden aangegeven door het licht van de Big Bang en je zou sneller dan het licht moeten gaan om je klokje buiten ons heelal te brengen.
Daar buiten is er niets. Het is leeg. Je kunt er hoogstens van een intentie van tijd spreken. Je weet dat na x hoeveelheid tijd een bepaald punt tot onze tijd zal behoren tot die tijd kent dat punt alleen zijn eigen tijd, niet de onze."
"Het klinkt makkelijker dan in al die natuurkunde boeken."
"Ja, daarom weet ik ook niet of het allemaal klopt. Wetenschappers schrijven alles zo moeilijk op, maar zo stel ik het me voor. Voor mij maakt het ook verder niet echt uit of het klopt, als ik er maar mee leven kan?"
"Is de juistheid van een antwoord dan niet belangrijk?"
"In dit soort gevallen niet echt. Als er een vraag door mijn hoofd speelt is dat een kwelling, dan wil ik een antwoord hebben. Zo'n vraag blijft dan bij me terug komen, soms maanden lang, totdat ik een antwoord heb. Dat antwoord moet bevredigend zijn. Het moet kloppen met de dingen die ik zeker weet en de rest maakt dan niet zoveel meer uit.
Een onbeantwoorde vraag is een grotere kwelling. Een antwoord is juist zolang het tegendeel niet bewezen is."
"Dat ken ik, die vragen die terug blijven komen, maar ik wil altijd een waar antwoord hebben."
"Hoe weet je dat je dat gevonden hebt?"

Het werd stil. De idee vaste grond te hebben dat toch drijfzand blijkt te zijn moest nu dicht in de buurt van Eric's gedachten komen.
Hij had het al eerder geweten, maar toch kwam het als een donderslag bij heldere hemel.

Exacte wetenschap die ook religie zou kunnen zijn of omgekeerd. Antwoorden, je door anderen gegeven, hoe betrouwbaar kunnen die zijn? Is de enige waarheid, jouw waarheid? Is het enige juiste antwoord, jouw antwoord?
Hij wist, net als zij, dat op bijna al deze vragen een 'nee' als antwoord gegeven moest worden, maar waarom?

Eric dacht nog even na. De zee bewoog en deed dat dankzij alle natuurwetten of omdat God het zo gewild had. Ook dat maakte schijnbaar niet zoveel uit. De zee bleef doorgaan of het nu Gods wil of de aantrekkingskracht of beide was. De golven bleven breken.

De lucht bleef zwart en de rust was nu totaal. Nabij de horizon, die ook slechts een fictieve lijn is, zag hij het groene licht en het toplicht van een boot. Langs de grens vaart er leven voorbij. En zo varen de scheepjes voorbij...

Eric moest lachen en keek opzij om het uit te leggen, maar Maristella was al weg. Een druppel trof zijn wang enook hij besloot om te gaan. Morgen zou er weer een dag zijn en die wilde hij meemaken. Hij wilde de toekomst zien en het verleden weten. Met een grijns op zijn gezicht liep hij naar het pension. En zo varen de scheepjes voorbij...

De idee dat wat hij vandaag of verder in de toekomst nog zou gaan doen dat dat niets uitmaakte was voor Eric een geruststellende gedachte. Zijn huidige verleden zou automatisch steeds verder achter hem komen te liggen. Dat haalde een enorme last van zijn schouders. Hij hoefde niet meer weg te lopen. Hij kon verder, als een vogel zo vrij. Hij wilde vandaag niets doen, helemaal niets.
Hij nam een douche, spoelde alle zorgen weg en kroop in de leunstoel bij het raam. Vanaf één hoog had hij zo een mooi uitzicht over de enige winkelstraat die het dorp rijk was. Een aantal winkels trokken zich niets van de vakantietijd aan en waren gesloten, maar de meesten hadden hun deuren geopend en het was al redelijk druk op de nog natte straat. Het had geregend die nacht.
Er viel veel te zien. Wat Eric opviel was dat het voornamelijk bejaarden en mensen met kinderen waren die er rondliepen. Hij vroeg zich af of dat typerend was voor het tijdstip, voor dit kustplaatsje of voor alle Nederlandse kustplaatsen.

Er gebeurde niet veel en toch was er veel te zien. Terwijl de mensen voorbij gingen, ging de dag voorbij en hij verbaasde zich erover dat zelfs tijdens het niets doen de tijd vloog. Hij had zijn gedachten en zijn uitzicht, maar verder deed hij niets. Als hij dit van iemand had gehoord, dat die ander zo zijn dag zou hebben doorgebracht, dan had hij verwacht dat die ander zou zeggen dat zijn dag eindeloos had geleken. Zijn eigen constateringen waren anders. De dag vloog voorbij.

Hoe ervaren mensen tijd? Tijdens een ongeluk lijken milliseconden eeuwig te duren en ziet men alles gebeuren. Op feestjes echter lijkt een nacht een uur en is alles zo voorbij.
Eric dacht dat dat een wetmatigheid was: vervelende dingen lijken eeuwig te duren en de leuke zijn zo voorbij. Eric had er ook een reden voor bedacht.
Alles komt voort uit de wens. Als iets leuk is zouden we willen dat het eeuwig duurde, terwijl bij vervelende gebeurtenissen we wensen dat het direct stopt. Vergelijken we nu de werkelijke tijdsduur met de gewenste tijdsduur dan zien we onze beleving. Een leuke periode vergelijken met de eeuwigheid lijkt kort en een verschrikkelijke periode vergelijken met direkt stoppen lijkt lang.
Zo dacht Eric dat we tijd beleefden.

Het werd buiten al schemerig. De straten werden leger en Eric had honger. De pizzeria bleek gesloten. Een frietje was het enige dat hij vinden kon. Al etend slenterde Eric, met het gevoel van een misdadiger, naar de duintop.
Ze was er al. Met haar rug naar hem toe zat ze over de zee te staren.
"Zullen we een stukje gaan lopen. Ik denk beter als ik loop."
Om te zeggen dat hij het te koud vond om te gaan zitten was iets dat ze waarschijnlijk wel zou begrijpen. De orginaliteit was voor hem belangrijker dan de correctheid. Iedereen weet dat denken niets met lopen te maken heeft. Alhoewel, nu hij erover na dacht zat er toch enig verband in. Ritme is belangrijk voor het denkproces.
Hij hielp haar overeind en ze daalden af naar het strand.
"Ik denk dat woorden altijd te kort schieten voor wat we zeggen willen."
"Dat gevoel heb ik ook steeds meer. Hoe meer ik onder woorden probeer te brengen hoe ik de dingen voel, beleef of zie des te minder ben ik in staat om ze te verwoorden."
"Ik vraag me alleen af of dat aan mij ligt, aan de taal of dat dat een universele onmogelijkheid in ons is om bepaalde dingen uit te drukken. Is er een bepaald verbod om dat iets hardop te zeggen?"
"Zoals God of JeHoVa?"
"Ja, zoals meditatie om tot verlichting te komen. Het gevoel."
Dat bracht hem op het beste voorbeeld dat hij kende om dat begrip uit de oosterse godsdiensten te illustreren. Het was een kunstenares die hem onbewust duidelijk had gemaakt wat hij van verlichting nooit begrepen had. Op het moment dat ze het vertelde vond hij het alleen gek, pas later begreep hij het.
De kunstenares had hem verteld dat zij soms haar klei of verf at. Niet uit een honger van de maag, maar uit een honger van de ziel. Ze wilde een diepere binding krijgen met haar materialen. Ze wilde één zijn met de stoffen waarmee ze werkte.

"Waarop wacht je eigenlijk? Waarvoor was je op de loop?"
"Voor mezelf? Ik was niet gelukkig met mijn situatie, zoals ik was. Ik wilde op zoek naar mijn andere ik. Ik wil weten wie ik allemaal ben, maar het lijkt erop dat je dat alleen leert door ouder te worden. Niet door weg te lopen."
"Geeft een andere omgeving je dan niet het perspectief waardoor je je leven anders ziet? Waardoor je kunt groeien?"
"Misschien, maar waarom de plaats veranderen als de tijd al verandert?"
"Zoals een misdadiger terug keert naar de plaats van het misdrijf om te zien wat er veranderd is? Geloof ik niet. De tijd is een constante, overal. En het is dat constante nu juist dat je wilt doorbreken. Dus kun je alleen de plaats veranderen."
"Of je eigen perspectief. Door eens een andere blik op jezelf te werpen. Zou jij dat ook willen? Losbreken uit de sleur, weg van alles en op zoek gaan naar jezelf?"

Maristella wilde naar Italië toe. Niet als vakantie, maar voor een paar jaar om de taal en de cultuur echt te leren kennen. Ze zou willen leren voelen hoe het is om een echte Zuid-Italiaanse te zijn. Haar vader en moeder hadden haar Nederlands opgevoed. Ze hadden gevonden dat dat zo hoorde. Thuis hadden ze altijd Nederlands gepraat, behalve bij ruzies. Maristella voelde zich Nederlandse, terwijl ze graag meer over haar Italiaanse bloed zou willen weten.

"Nee, niet weglopen. Ik zou mijn roots willen bestuderen, maar ik kom terug."
"Hoe weet je dat je terug zou willen komen?"
"Dit is het land waarin ik ben opgegroeid. Hier voel ik me thuis. Maar ik zou wel die dubbele culturele bagage willen hebben om me beter te wapenen tegen discriminatie. Zodat ik kan strijden voor een homogeen menszijn."
"Voel jij je gediscrimineerd?"
"Ja, zowel als vrouw als als Italiaanse. Ze verwachten van ons dubbel het 'Achter-het-aanrecht-en-op-je-rug'-type."
"Wat je niet bent?", daagde hij haar uit.
"Nee, absoluut niet. Ik vind gedachten, ideeën en wederzijdsbegrip veel belangrijker. Het is niet zo dat ik seks onbelangrijk vind, maar ik denk dat communicatie heel belangrijk is ook voor een goed seksleven.
Als je elkaar niet waardeert en accepteert heb je mazzel als je seksleven goed is."

Het was donker geworden en het was tijd om terug te gaan. De wind die ze de hele tijd in de rug hadden gehad blies hen nu hard in het gezicht. De conversatie stokte en Eric vond dat ze op gedachteneilanden leken zoals ze daar liepen, terug naar de opgang of was het afgang?

"Zullen we nog ergens wat gaan drinken?"
"Ik moet morgen werken, dus ik wil het vanavond niet te laat maken."
"Spreken we nog wat af?"
"Geef me je telefoonnummer maar, dan bel ik je."
Ze liep terug naar huis zonder nog een keer om te kijken.

Maristella had zijn gedachtenwereld veranderd. Hij dacht nu na over vroeger. Over het gezin waaruit hij kwam en hoe dat zijn leven beďnvloed had en dat waarschijnlijk nog deed, ondanks de afstand. Zij wilde haar roots vinden in Italië, misschien moest hij zijn roots vinden om te snappen wat er gebeurd was.

Misschien moest hij beginnen bij zijn moeder die altijd liefdevol voor hem klaar had gestaan. Of bij zijn vader die hem leerde zijn vrijheid en onafhankelijkheid te behouden. Of bij de scheiding van hun alles-moet-kunnen-relatie.
Eric voelde dat als een kruispunt. Er was een ervoor en een erna en er was de scheiding. Als een muur deelde het zijn leven in tweeën.
Aan de ene kant van de muur was er het gezin; zijn vader, moeder en zusje die er ondanks de ruzies altijd voor elkaar leken te zijn. Over de muur was er alleen nog ieder voor zich en de advocaat voor ons allen.

Eric zat mijmerend op de stoel voor het raam. Binnen was het donker en buiten verlichtte kunstlicht de verlaten straat en het plein voor de pizzeria. Overal waren verder de lichten uit, maar Eric wilde niet slapen, kon niet slapen, moest denken.
De radio speelde zachtjes de muziek uit zijn en zijn ouders jeugd, de muziek die hij als kind veel had gehoord. Muziek was voor Eric altijd belangrijk geweest. Songs drukten vaak beter uit wat hij voelde dan hij zelf onder woorden kon brengen.
Like a hazy shade of winter, dat verzin je niet. Niet de Bangles en zeker niet Simon and Garfunkel. Twee generaties, één song. Als nummers hem kippevel op de rug bezorgden dan waren ze goed. Dat was Eric's maatstaf, zoals 'Satin green shutters' van Chris de Burgh of 'Were did you sleep last night' in Nirvana's life uitvoering. Of zijn moeders lievelingsnummer 'Nights in white satin' van de Moody Blues. Ook zo mooi, Moody Blues, alsof dat anders kon.

De Blues, gedachten aan vroeger. En Eric stelde zich Maristella voor zoals zij in een Italiaanse setting zou passen. Hoe ze daar zou kleuren tussen de wijnranken en de groene klimop tegen de witte huisjes. Hoe haar opa daar zou zitten op een bankje, terwijl oma met schort de lekkerste spaghetti klaarmaakte.
Hij was nog nooit in Italië geweest en dus scheen voor hem daar altijd de zon. De vakantiebrochure kleine straatjes waren rustig, uitgestorven. De langgerekte schaduw van de huizen die bewoog als een zwarte gedaante. Een gedaante die als een slak voorbij kroop, op weg naar verder.

Het onverwacht tikken van regen tegen het raam deed Eric uit deze zomerse overpeinzing ontwaken.
De leegte van het plein en de storm brachten Eric op het idee dat hij verder moest. Dat hij dit gehucht achter zich moest laten en zijn horizon moest verleggen.
Horizon, een vreemd verschijnsel. Maak hem voor je groter en achter je wordt hij kleiner.
...Behalve als je naar boven klimt.
Je moet hoger klimmen om je blikveld te verruimen. Op één punt hogerop geeft meer winst dan rond lopen. Maar hoe hoog moet je gaan om alles te overzien? Hoe hoog voordat je valt?
Toen schoot hem een regel van Samuel Beckett te binnen: 'Als ik val zal ik huilen van geluk'.

De dag brak vroeg aan. De straat was nog leeg, het weer was rustig. Dat was het opvallende aan deze dag; de storm was gaan liggen. Een mat grijs wolkendek belette de zonnestralen het zicht. Maar er was rust. Totale rust.
Eric vroeg zich af wat hem zo vroeg gewekt kon hebben. Misschien was het de stilte, misschien was hij gewoon uitgerust. Zijn lichaam protesteerde niet toen hij opstond. Hij voelde zich niet moe, sterker nog, hij had zin om iets te gaan doen, zin in het leven. Hij nam een douche, kleedde zich en ging naar buiten, want daar gebeurde het. Restauranthouders en hoteleigenaren waren druk bezig stoelen en tafels buiten te zetten. De storm was weg en een ieder hoopte op mooi weer. Eric ging een hotel binnen, bestelde wat te eten en een kop koffie en genoot al etend van de onuitgeslapen koppies die schuifelend de trap af kwamen.
Vakantie in het buitenland: verplicht vroeg op, want we wilden alles zien. Zelfs dát wat we in ons eigen land niet zien. Zo was het ook altijd in Frankrijk geweest. Zijn vader had altijd wel een goede reden gehad. Of het was de file of het was de hitte, er was altijd wel iets dat hij voor had willen zijn.
Zijn moeder was anders. Zijn moeder had liever uitgeslapen. Voor haar was vakantie niet het verkennen van een nieuwe cultuur geweest. Voor haar was vakantie het weg zijn uit de sleur. En de rust en het gemak van niet vroeg op hoeven voor man en kinderen. Ze had wel eens tegen zijn vader gezegd:
"Ga jij maar met de kinderen weg, ik blijf nog even liggen."
Om de één of andere reden was dat nooit gebeurd. In zijn herinnering was het gezin in Frankrijk altijd compleet geweest.

Zo anders was het geweest toen ze haar eigen zin uit Frankrijk verhaspelde:
"Ik ga met de kinderen weg, blijf jij nog maar even..."
Er was geen vakantie geweest. Wel een enorme vrijheid. Een vrijheid zo groot dat het beklemmend werd. Nu noemde hij die vrijheid versneld volwassen worden en was zijn ideaalbeeld van vrijheid verdwenen. Vrijheid had voor hem nog slechts de betekenis: moeilijk, regel alles zelf maar, zorg maar dat je overleeft.

PPPPPPP

De opwaartse kracht van de dag was groter dan de ballast van het verleden. Hij had zijn zaken geregeld, voorlopig althans. Niets kon Eric die dag stoppen om te leven. Het leven was een feest! Daarom moest hij innerlijk zo lachen om die verfomfaaide, half uitgeslapen hoofden die in hun eigen taal, want Nederlanders verstaan toch alles, probeerden onze cultuur te proeven. Zoals Eric het zag spraken zij hun talen zoals zijn moeder dat had gedaan. Zijn vader was degene geweest die alle talen sprak.

Het bord was leeg, zijn tweede kop koffie op, en zijn sigaret was nog slechts een hoopje as in de asbak. Het werd tijd voor frisse lucht. Door de ramen schenen zonnestralen naar binnen. Het wolkendek moest gebroken zijn. De zomer was terug en Eric verbaasde zich erover, toen hij buiten kwam, dat zijn omgeving zo enorm kon veranderen in een uur tijd, veel langer kon hij niet binnen zijn geweest. Hordes mensen waren uit hun schuilplaatsen gekomen en bevolkten nu de smalle voor het verkeer gesloten straat. De winkels waren open en het publiek trok in een gelijkmatige stroom naar het strand. Als lemmingen, dacht Eric, waardoor er een glimlach om zijn lippen verscheen. Uit zuiver jolig vermaak voegde Eric zich in de rij om volgzaam koers te zetten naar zomervermaak nummer één. Uitgestrekt op het strand, badend in zee en langzaam de dag verstrijken latend. Eric volgde die duizenden badgasten en was één van hen. Hij voelde zich niet opgelaten, maar zelfs gemakkelijk tussen al die groepjes die samen die uitgestrekte massa vormden. Kontakten werden makkelijk gelegd. Een verkeerd geplaatste bal, frisbee of voet was al voldoende gesprekstof voor een paar seconden of voor een uitnodiging mee te doen met het spel. Het was makkelijk. Het leven was makkelijk.

Het liep tegen het eind van de middag. Eric was uit zee vandaan gekomen en hij ontdekte dat op de plek die hij als zijn plek zag nu een groepje jongens en meisjes zat. Zijn stapeltje kleding lag nog wel op dezelfde plek. Eric maakte het zich zo gemakkelijk als mogelijk was op de resterende ruimte. "Is this your spot?", vroeg één van de meisjes. "Actually yes it was, but I'm alone so I don't need that much space." "Where are you all from?", vroeg Eric. "Liverpool, we're on holiday. Do you live here?" "For the time being, yes." Eric had geen zin om het hele verhaal uit te leggen en zeker niet in het Engels. Het gebruikelijke Engels-Nederlands-gesprek ontspon zich. Over het regenachtige weer in Engeland en over de vrijheden in Nederland betreffende het gebruik en de verkoop van drugs. Standaardkost bij een kennismaking. Daarna volgde Eric's vragen over hun verblijfplaats en de lengte van hun vakantie waarna het gesprek stil viel. Alles was gezegd. Aan de beleefdheden was voldaan. Toen kwam het aan op inventiviteit. "I'm going for a swim. Who's coming along?", vroeg één van de jongens. Of op ontsnapping, dacht Eric. "Are you?", vroeg het meisje dat ook het gesprek geopend had. Ondanks het feit dat hij net uit het water was besloot Eric toch om mee te gaan. "What's your name?", vroeg ze terwijl ze naar het water liepen. "Eric." "EricŠ Well, Eric, that's John, Andy, Mark, Eileen, Paula, Nora and I'm Christy.", zei ze terwijl ze ze één voor één aanwees. "I hope I will remember them, but don't count on it." Ze lachte en rende het laatste stukje naar de vloedlijn, waar ze haar ren beweging omzette in een duik het water in. John had een bal meegenomen welke rond gespeeld werd. Ze leken een volleerd waterpolo team. Bakkend en kletsend ging de middag voorbij en toen Eric zijn schouders voelde gloeien vond hij het mooi geweest. "I'll have to go, otherwise I will look like a boiled lobster tonight." Ze lachten. "We are going to The Club tonight. Will you be there too?" "Maybe. How late wil you be there?" "Don't know. What's the best time?" "I've never been in The Club. Let's say between eleven and twelve?" "That's alright we will be there." "Okay, so will I. See you then." "See you."

Zijn T-shirt aantrekkend liep hij het dorp in. Een gelukzalig gevoel had zich van hem meester gemaakt. Het zon overgoten plein voor de pizzeria leek gevuld met stralende mensen. Hij wilde nog niet naar huis. Deze dag was te mooi om hem binnen te consumeren. Hier had je buitenlucht bij nodig. Eric streek neer op een terras en bestelde een cola. Daar hij die middag niet gegeten had leek bier hem niet verstandig, hoewel hij daar wel het meeste trek in had. Volkomen ontspannen volgde hij alle gebeurtenissen die aan hem voorbij trokken.

"Maristella!" Het hele terras keek hem aan, maar hij zag haar. Ze liep tussen de mensen door, waarschijnlijk op weg naar haar werk, en toch had hij haar gezien. "Hééé, Eric." Ze had hem gehoord en kwam naar hem toe. "Een beetje verbrand?" "Ja, ik ben vandaag de hele dag op het strand geweest. Wil je ook wat drinken?" "Nee, ik moet er eigenlijk meteen weer vandoor. Ik moet zo werken. Zie ik je vanavond nog?" "Ik heb afgesproken in The Club, dus ik denk dat je me daar kunt vinden." "Als ik de fut nog heb kom ik nog wel even langs." "Goed, werk ze." "Dank je." Bij het weglopen draaide ze zich nog even om en stak haar hand op. Eric zwaaide terug. De mensenstroom langs het terras werd minder. De dag zat er kennelijk bijna op. De vroege avondrust deed langzaam zijn intrede.

Een stel jongeren had zich op het plein verzameld. Zes jongens en twee meisjes. Eric zag dat één van de meisjes duidelijk hitpotentie had en ze wist het. Ze was nog jong, nog iets te onzeker. -Huppeldehuppel, ik heb een lichaam te vergeven, maar ik weet alleen nog niet aan wie- En de jongens wisten het ook, maar zij wisten nog niet hoe.

Grappig vond Eric dat onbeholpen gedrag. Hij kende dat nog wel van zichzelf. Een meisje uit de buurt dat reclamekrantjes rondbracht had hem voor het eerst zijn hart op hol gebracht. Eric had zich met zijn gevoel geen raad geweten. Weken had die verliefdheid geduurd. Als hij haar op straat tegen kwam had hij niet meer weten te zeggen dan 'hoi' en hij was dan verder gelopen. Langzaam was de verliefdheid over gegaan en verdwenen als een hardnekkige verkoudheid.

Honger, Eric had honger. Het werd hoog tijd voor een maaltijd. Wilde hij vanavond niet bij zijn eerste biertje onderuit gaan dan moest het zelfs een stevige maaltijd worden. Eric had toen hij die ochtend naar het strand ging een Mexicaans restaurant gezien. Dat kon hij weleens gaan proberen.

The Club was klam, heet, druk en zwaar berookt. Het interieur was sober. Een ovale bar, een dansvloer, wat krukken en alles in het zwart/wit. The Club straalde van zichzelf niets gezelligs uit. De gezelligheid en de kleur moesten komen van de aanwezigen. En dat was die avond al gelukt. De stemming zat er goed in. Stampend, drinkend en dansend werd de avond gevierd. Liefdesbanden werden gesloten en gebroken. Frustraties vertrapt, stampend weggedanst of verdronken. Hossend of klinkend vierden anderen hun blijdschap en het was slechts een enkeling die aan de bar zijn of haar tijd zat te verdoen.

De Engelsen waren er al. Zij vierden hun vrijheid omdat ze toch weer zouden gaan. Vrijheid is niet 'Nothing left to loose', vrijheid is de wetenschap dat je weg kunt, dat het tijdelijk is. Even, op vakantie, is het leuk, een leven lang is het doodeng. Daarom zijn we tegen euthanasie.

Eric wilde niet meer denken, niet meer bang zijn. Hij wilde feesten. Hij sloot zich aan bij de Engelsen en dronk met ze mee. Danste met ze en vergat tijd en plaats. Christy week niet van zijn zijde en hij niet van de hare. Samen zwierden ze over de dansvloer, brulden songteksten mee omdat ze toch niet boven de muziek uitkwamen en klonken 'Cheers!' terwijl ze in elkaars ogen keken. Ver voor sluitingstijd hadden ze met z'n tweeën The Club verlaten en verdwaalden in elkaars kledingstukken op het strand. Een zacht windje verkoelde hun verhitte lichamen en twee gloeiende sigaretten puntjes verraadden hun plek op het verder donkere en verlaten strand. "In about a week I will be back in England.", Christy's matte stemgeluid klonk van ver. "I know, does it matter? It's allright now, we will see what will happen later." "I know, but we both know it's not gonna last." "True, but that doesn't mean we can't have a good time." "Right, when we both feel that way, then it's allright.", haar stem klonk vast. Als een beslissing. "I do feel that way." Ze kusten een lange zwoele kus en lieten het daarbij. Ze namen nog een verfrissende duik, liepen gezamenlijk het uitgestorven dorp in en namen afscheid met de afspraak dat ze elkaar de avond daarop weer zouden zien. Same time, same place.

Eric was de volgende dag opvallend rustig in zijn hoofd. Er waren geen wilde gedachten of buitensporige associaties. Zelfs de filosofie had hem een vrije dag gegeven. De zon scheen als de dag daarvoor en toch had hij geen behoefte om iets te doen. Het was mooi zo. De stilte van zijn kamer met de eenzaamheid die zo vertrouwd aanvoelde. De dag kroop traag voorbij terwijl hij luisterde naar het kloppen van zijn hormoonhuishouding. Normaal gesproken zou zo'n dag gevuld zijn geweest met schakelende hersencellen, maar nu was er die absolute leegte, het totale niets. Het was als een soort meditatie, het opgaan in het alles, het totaal, de tao, verlichting. Eén met alles was er geen noodzaak tot bewegen, denken. Eric kon de wereld, de tijd, de ruimte over zich heen laten stromen. Als een allesreiniger spoelde het alle vuil weg om slechts blinkende schoonheid achter te laten. Zelfs eten en drinken was overbodig. Doodgaan was makkelijk geworden. Het was nog slechts een stap. Zijn kloppend hart was de enige schakel tussen de tijdelijkheid en de eeuwigheid. De enige oncontroleerbare variabele die maakte dat de uitkomst altijd tijdelijk is. En er was nog een reden waarom Eric niet in de eeuwigheid belandde en dat was het zes keer slaan van de dorpsklok ten teken dat de middag voorbij was. Het was officieel avond.

De mensen sjokten, vermoeid van de door de zon verbrande energie, door de straten op weg naar huis. Ook Eric bedacht zich dat hij eten moest. Brood en cola en koffie toe, meer had hij in zijn appartement niet staan. Het was karig, maar veel honger had hij niet. De avond schoot er niet door op. Uiteten gaan kostte meer tijd. Er bleef nog erg veel tijd over om te doden tot elf uur. Een krant had hij niet, boeken had hij niet meegenomen en dus bleef de televisie over. Alleen Nederland één, twee en drie waren beschikbaar. Zappend bekeek hij hier en daar een paar frames zonder iets echt te volgen.

Tegen elven was er nog niets geweest waar hij langer dan vijf minuten naar had gekeken. Als een continue videoclip waren de beelden langs hem heen gegaan. Hij zette de televisie uit en kleedde zich om. Gedachtenloos stapte hij The Club binnen. Dit moest een avond van vermaak worden. De Engelsen waren er ook al en Christy vloog hem om de hals toen ze hem zag. Warm kustte ze zijn lippen en dicht kroop ze tegen hem aan. "I want you, now.", fluisterde ze in zijn oor. "Shall we dance first?", vroeg hij met een brede glimlach. "No, we go, they know." Ze nam hem bij de hand en trok hem The Club uit. Eric stak nog een hand op naar de rest, maar stond al snel met haar buiten. Weer drukte ze zich tegen hem aan, kuste hem en speelde wild met haar tong door zijn mond. Eric sloot haar in zijn armen en zoende vol passie met haar mee om haar daarna even los te laten. "Come on, we'll go somewhere private." Ze liepen door het dorp naar het hotel waar de Engelsen hun intrek hadden genomen. Voor Eric bestond er alleen nog De Engelsen en Christy. De andere namen was hij volledig vergeten. Vanuit de lift strompelden ze met half geopende kleren Christies kamer binnen, sloten de deur en vielen languit op het bed. Een wilde nacht passeerde die zijn einde vond toen buiten de duisternis verdween. Beide vielen ze uitgeput in slaap.

Het was vijfentwintig graden. Zijn haar was nog nat van de douche en de terrasjes en straten waren vol mensen. Hij stond buiten op de stoep van het hotel. Christy lag nog in bed. Ze had geen zin gehad om te bewegen. Hij wilde naar huis. De zon verblindde hem. Spieren weigerden dienst en alles deed zeer. Langzaam bewoog hij zich voort. Hij hoefde maar een paar straten om thuis in zijn stoel voor het raam te kunnen ploffen met een glas ijskoude cola. Zwetend van top tot teen bereikte hij zijn doel en bezag, gelukzalig van achter glas in zijn koele woning, de mensen die passeerden.

De telefoon ging. "Met Maristella." "Hoi, hoe is het met jou?" "Dat wilde ik jou net vragen. Je was eergisteravond vroeg weg uit The Club, of je bent nooit geweest." "Ik was vroeg weg. Ben jij nog geweest?" "Ja, ik was er om ongeveer één uur. Was het niet gezellig?" "Jawel, iets teŠ", Eric wist niet wat hij haar vertellen moest. Hij wilde haar niet kwetsen, maar ook niets verzwijgen. Belangrijker nog; hij wilde alle opties open houden, geen schepen verbranden. Keuzes maken, dat was waar het op neer kwam, the bottom line. Hij wilde geen keuzes maken. Zijn wereld moest een ronde plaat zijn zodat hij alle klanten op kon, geen beperkingen, geen afgesloten wegen. "Ik werk vanavond niet, zullen we wat afspreken?", hielp ze hem uit zijn dilemma. En hij had niets met Christy afgesproken. "Da's goed, had je iets in gedachten?" "Wat dacht je van de bioscoop en daarna een cafétje?" "Klinkt goed, hoe laat?" "De film begint om negen uur. Zullen we om half negen afspreken?" Ze had zich goed voorbereid. "Is goed. Dan zie ik je dan." "Tot vanavond."

Hij kon nog slapen, eten, niets doen; blind de wereld aan zich voorbij laten trekken. Leven op gevoel. Gevoel? Hij had helemaal geen gevoel, alleen gedachten, redenaties en afwegingen. Wat moest hij Maristella vertellen, wat verzwijgen en wat verdraaien? Misschien moest hij niets vertellen, stommetje spelen, en maar afwachten wat er gebeurde. Als hij niets zei kon het ook niet fout zijn. Wat als zij er over zou beginnen? Oost-Indisch doof zijn? Een ander onderwerpŠ Eric zakte weg in zijn gedachten.

De telefoon. Hij schrok wakker. "Met Eric." "Met wie?" "Eric, wie zoekt u?" "Daniëlle van Berkhoven." "Ken ik niet. Misschien hebt u het verkeerde nummer gedraaid?" "Denk het. Sorry." Half negen moest hij bij de bioscoop zijn. Hoe laat was het? Zijn horloge lag nog op het nachtkastje. Uitstekende uitvinding. Het geeft het tijdsverloop aan door twee lijnen een hoek ten opzichte van elkaar te laten maken. Grappig: 180 graden. Hij had nog twee en een half uur. Eric ging naar beneden, terwijl hij de trap af liep hoorde hij de dorpsklok. Zijn horloge liep voor.

Tijdens het eten vroeg Eric zich af wat het was dat hem zo aantrok in Christy. Er waren een paar voor de hand liggende redenen zoals haar uiterlijk en de seks. Verder was er niet veel dat hen bond, dat hij van haar wist. Ze was open. Ze ging voor wat ze wilde. Dat was een karaktereigenschap die Eric aantrok, maar verder wist hij niets van haar. Geen karakter, geen verleden en van de toekomst alleen dat ze over een paar dagen weer weg zou zijn. Dat was alles. De aantrekkingskracht moest hem dus zitten in haar uiterlijk, of de seks. Qua uiterlijk was ze ideaal. Ze was lang, slank, blond en had grote stevige borsten. Haar ogen fonkelden vol leven en ze had een makkelijke, snelle lach. Ook de seks met Christy was goed, ongecompliceerd, makkelijk. Ze was open, wilde veel en speelde veel. Hun lichamen pasten als gegoten en ze voelden elkaar en elkaars wensen aan. Wat waarschijnlijk ook scheelde was de ongedwongenheid, de tijdelijkheid, bedacht Eric zich. Ze wilden het, ze deden het en verder waren er geen belemmerende factoren. Ze wisten dat het tijdelijk was en daarom lieten ze zich gaan.

Eric liep rondjes door het dorp. Hij voelde zich sterk, kon de hele wereld aan. De zon zakte zachtjes richting horizon, maar was nog krachtig genoeg om een zwoele zomeravond te creëeren. Gelijk de zon zakten Eric's gedachten weg en bleef er een rustig tevreden stemming in hem achter. Zo had hij de avonden graag. Tevreden, trage gedachten, zwervend door een plaats die niet de zijne was, maar waar hij zich wel thuis voelde. Achter hem op de kerkklok wezen de cijfers tien over acht aan. De hele klok was maar tien graden gekanteld sinds hij de trap van het pension had afgelopen. Het werd tijd om naar de bioscoop te gaan.

Zij was de eerste. Maristella zag er goed uit. Niet zo afgetobd en verwijtend als ze aan de telefoon had geklonken. Ze zag er zelfs aantrekkelijk uit. Ze was geheel in zwart gekleeden dat gaf een mooie strakke compositie met haar iets getinte huid. Haar donkere lange haar droeg ze, voor het eerst sinds Eric haar kende, los. Ze droeg geen make-up of het moest heel weinig mascara en eye-liner zijn. Ook haar figuur kwam in deze kleding beter uit. De strakke lange broek en de schoenen met kleine hakken deden haar benen lang lijken, slank waren ze al. Daarboven droeg ze een T-shirt en een hesje. Eric was verrast. "Heb ik iets van je aan?", vroeg ze vriendelijk. "Nee, sorry. Ik was je outfit aan het bewonderen. Het staat je geweldig." "Dank je, maar zullen we nu gaan." Eric proefde verlegenheid. Een zwakke plek. Daar had Eric een zwak voor, zwakke plekken.

De rode pluche stoelen waren nieuw of leken nieuw, ze zaten goed. Het werd donker. De projectie van iemands fantasie met de pretentie dat het werkelijkheid was begon. Fictieve werkelijkheid met doden, agenten en achtervolgingen. Geen zware film, zuiver vermaak.

Ongeveer twee zelfmoorden zijn voor een treinmachinist voldoende om hem voor de rest van zijn leven arbeidsongeschikt te maken. Dat zijn evenzoveel doden als er op het scherm in het eerste kwartier vielen en daarna volgden er meer zonder dat iemand met een trauma uit de bioscoop kwam. Wonderlijk mechanisme die hersenfuncties bedacht Eric zich. Je beseft onbewust dat het niet echt is, terwijl dat in het gewone leven niet gebeurt. Zou dat de truc zijn van schizofrene mensen. Het kiezen van verschillende werkelijkheden?

Ondanks de luchtigheid, volgens critici, van de film kwam Eric vol gedachten uit de bioscoop. Stil liepen ze door de straten terug naar het centrum om een cafétje te pikken.

"Hey Eric, Eric!" Eric bleef rustig, ondanks de spanning die hij tussen beide voelde. "Maristella dit is Christy. Christy this is Maristella." "Is she your girlfriend?" "No just a good friend. We went to the movies and now we are looking for a pub." "Why don't you two come along to The Club?" Eric keek Maristella aan en zag direct dat ze daar geen zin in had. "We would like to talk for a while. The Club isn't a place to do so." "Suite yourself. Do we see you later on?" "I don't know. Don't think so." "Well allright. Have a nice evening." Christy draaide zich om en liep verder met haar vrienden.

"Wie is zij?" Eric vertelde wat er de afgelopen dagen gebeurd was en dat ze zich gewoon met elkaar vermaakten zonder verdere verplichtingen. "En daar zijn jullie het over eens, ik bedoel, dat hebben jullie besproken?" "Ja, ze gaat toch over een paar dagen terug naar Engeland." "Speelt er helemaal geen gevoel of emotie mee?" "Jawel, maar vooraf hebben we besproken dat het tijdelijk is en dat moet het ook zijn." "Dat snap ik niet, dat zou ik niet kunnen." "Het is een keuze die je maakt. En zolang je beiden achter die keuze staat is het goed. We weten alle twee wat de consequenties zijn." Hoewel Eric diep in zijn hart na de reactie van Christy van daarnet was gaan twijfelen of Christy op de hoogte was van de consequenties. "En wat als je vanavond de vrouw van je dromen tegen komt." "Dan zal ik nieuwe keuzes moeten maken." "Zo simpel ligt dat niet." "Ja en nee. Ja, zo simpel ligt het wel als je het ontdaan van gevoelens bekijkt en nee, omdat ook gevoelens meespelen. Maar een keuze maken moet ik. Als het echt liefde op het eerste gezicht is dan zal Christy verliezen." "Maar hoe vertel je dat degene op wie je verliefd wordt?" "Misschien vertel ik het wel niet." "Is het niet eerlijker om het haar wel te vertellen? Is dat niet ook een consequentie van je keuze?" "Ja en nee.", zei hij met een glimlach.

Ze waren bij het café. Het was er druk, maar er waren nog twee stoelen vrij. Eric haalde bier. Ze zaten aan een tafel om de hoek van de deur. De reden dat deze nog vrij was was de tocht die bij het openen van de deur langs de tafel trok. Gelukkig liepen er niet veel mensen in en uit en de privacy van een eigen tafel compenseerde het ongemak voldoende.

Relaties zijn iets vreemds vond Eric. Veel relaties zijn gebouwd op het princiepe dat 1 + 1 gelijk is aan 3, maar dat schijnt altijd te moeten lijden tot problemen. In Eric zijn opinie zou een gedegen relatie altijd moeten voldoen aan 1 + 1 is 4; Een ieder moet voor zichzelf het gevoel hebben dat zijn zijn is verdubbeld door de relatie. Ongeacht of het nu een zakelijke-, vriendschappelijke- of liefdesrelatie is.

"Geloof jij in liefde op het eerste gezicht?" "Ja, maar daar staat tegen over dat dat ook zo weer voorbij kan zijn als iemand geen inhoud blijkt te hebben." "Dus inhoud is voor jou belangrijker dan uiterlijk?" "Je kunt het niet los zien. Uiterlijk is het eerste dat je ziet, dus dat is bij het eerste contact het belangrijkst. Maar zodra iemand gaat praten telt al heel snel het innerlijk zwaarder. Schoonheid vervaagt als je met iemand praat. Maar als je met iemand naar bed gaat, dan gaat het uiterlijk ook mee tellen." "Als ik je zou vragen om vanavond met mij naar bed te gaan. Zou je dat dan doen?" "Ja." "Waarom?" "Je bent mooi en je hebt inhoud. Seks heeft weinig met liefde te maken, meer met bewondering." "Bewondering voor een mooi lichaam zeker?" "Ook, maar ook voor iemands geestelijke capaciteiten. Seks zonder fantasie, zonder gedachten is saai en leidt alleen maar tot neuken." "Wat wil jij dan?" "Genieten."

Een ieder zat weer op zijn eigen eiland van gedachten, terwijl de roerige zee der grijze massa bier verslindend de avond vierde. Eric verbaasde zich erover hoe twee mensen volledig los konden staan van wat anderen hét leven noemden. Het leek erop dat zij geen onderdeel waren van deze wereld, maar dat ze een eigen wereld hadden geschapen. "Waarom vallen wij buiten die grijze massa?" "Ik denk niet dat we er buiten vallen. Ik denk dat we af en toe onze kop er even bovenuit steken om te kijken hoe het daar is. En op zo'n moment, als je alles overziet, lijkt het alsof je er buiten staat. Maar eigenlijk behoren we ertoe, we voeden het." "Zijn wij het die de wereld doen rond gaan?", Eric wilde dat ze deze vraag bevestigend beantwoordde. Het zou hem de zekerheid geven die hij nodig had. Zijn leven en zijn worstelen zouden dan niet voor niets zijn geweest. "Nee, dat zijn liefde en geld. Onze functie is te zorgen voor een betere wereld. Wat dat beter dan ook moge zijn." "Maar wij jongeren van nu, hebben toch niets meer om ons voor sterk te maken? We mogen bij de stemming de politiek nog iets naar links of rechts trekken, maar ze gaan gewoon in het midden door. Er zijn geen taboes meer te doorbreken. Seks is iedere avond op de T.V., homoseksualiteit is geaccepteerd, elk heilighuisje is alleens omver gehaald, er is nietsŠ Ons doel is temidden van dit alles een bestaan op te bouwen waarin we tevreden zijn, moeten zijn, we hebben allesŠ"

Het leven is fictief, dat hebben we deze eeuw geleerd. Normen en waarden bleken niet waarde vast. Het gedachten goed van de jaren dertig werd omzeep geholpen door de tweede wereldoorlog. Die van de opbouwende jaren vijftig door de jaren zestig en de 'flower childeren' groeiden in de jaren tachtig uit tot yuppen. Tegen het sluiten van deze eeuw blijkt alles uit niets te bestaan. De jeugd groeit op zonder algemeen geldende normen en waarden. De enige echte ontdekking van deze eeuw is dat alles fictief is. Zelfs de filosofie is tot de slotsom gekomen dat één antwoord onmogelijk is. Dè filosofie is dood. Deze eeuw is de eeuw van de ontluistering. Mensen zijn geen karikaturen van goed en kwaad. Het leven op aarde is niet eindeloos. Natuurlijke bronnen zijn beperkt. Het communisme is dood en geld niet waarde vast. En GodŠ? Eric wist dat hij straks een nieuw millenium in zou stappen met al deze onzekerheden en hij wist ook dat hij niet de enige zou zijn. Iedereen hoopt op iets nieuws, iets beters, als de klok op 31 december 1999 overgaat in het jaar 2000. Maar wat zouden we verder zijn? Een seconde? Misschien een fractie van een seconde en er veranderd niets, alleen op papier. De tijd gaat door en na dat oneindig kleine moment dat 1999 scheidt van 2000 zijn de vragen niet beantwoord, is het leven niet minder onzeker, blijft alles fictief.

Maristella was inmiddels doorgegaan: "Ik heb ooit eens in een advertentie gelezen: Summer isn't a season, it's a state of mind. En dat is met vrijheid net zo. Het zit in je gedachten. Je voelt je vrij of niet, maar vrij zijn kan niet. Jij bent de architekt van je leven." "Wat blijft er over van een samenleving als iedereen zijn eigen belevingswereld heeft? Wat is dan nog de bindende factor?" "Begrip voor elkaars leven. Acceptatie omdat we samen verder moeten." "En begrijpenŠ?" "Als je wil mag je een poging doen. Misschien dat je instaat zal zijn om een deel te begrijpen." "De samenleving hangt dus als loszand aan elkaar, bijelkaar gehouden bij de gratie van begrip voor elkaar?" "Voor mij wel." "Houdt dat ook in dat macht niet bestaat?" "Macht bestaat, maar het hebben van macht is een illusie."

Erics gedachten dwaalden af naar de grote grijze massa. Mensen die hier hun levenlang wonen, elke zaterdag in dit café vertoeven en elke keer dezelfde verhalen horen en toch tevreden zijn. Eric dacht aan de tijd die zij aan zich voorbij lieten gaan, dat wat hij geen stilstand had genoemd. De beweging, de draaiing, van de aarde zorgt voor de beleving van vooruitgang. Maar eigenlijk is het de expansie van het heelal dat verantwoordelijk is voor de tijd. Het drong tot Eric door dat alleen die beweging, die continue verandering van ruimte er voor zorgt dat er tijd bestaat. Tijd is beweging. Weer zo'n gedachte waarvan Eric de implicaties niet snapte. Hij wilde het begrijpen, dieper doordringen in zijn gedachten en de gevolgen van zijn losse flodders overzien, maar de biertjesŠ De biertjes waren in een stevig tempo naar de tafel gekomen. Gedachten kwamen niet meer vanzelf, maar moesten bewust opgewekt worden. De discussie had plaats gemaakt voor vermoeidheid. In de stilte pretendeerden ze na te denken, wetend dat hun gedachten nog slechts bezig waren het meest stille hoekje in hun hersenen te vinden in de hoop daar de volgende dag pas weer uit te hoeven komen. "Zullen we een luchtje gaan scheppen?"

Het was niet koud buiten. De straat naar het strand golfde ligt in het schijnsel van de lantaarnpalen. Hun volledige concentratie gebruikend haalden ze de duintop en staarden ze over een zee die glom. Aan de hemel fonkelden vele sterren en een bijna volle maan. "Wie het eerst beneden is." Rennend doken ze het duin af. Maristella's bovenlichaam viel harder dan haar benen en dus belandde ze languit in het zand. Eric gaf haar een hand en hielp haar overeind. Hij sloeg een arm om haar schouder, zij een arm om zijn heup en zo vervolgden ze hun weg.

Zijn hoofd bonkte: 'zand, zand, zand', toen hij wakker werd. Overal zat zand. Het werd tijd voor een douche. Eric stapte uit bed. Zijn bed leek veranderd in een zandbak. Hij moest opruiming houden. Zo kon hij het onmogelijk achterlaten.

De dronkenschap had het grootste gedeelte van zijn gedachtengoed van de vorige avond weggespoeld, maar de regel dat tijd een beweging is bleef hem kwellen. Eric vond dat het voor hem betekende dat hij moest bewegen, vooruitgang boeken om zijn tijd waar te kunnen maken. Hij moest weg, weg, weg van hier. Er was geen tijd meer voor een afscheid van Christy noch van Maristella. Hij moest invulling geven aan zijn zijn.

De regen viel met bakken uit de lucht, zonder dat Eric het opmerkte. Hij stond inmiddels al bij de bushalte te wachten. Gedachtenloos, in de zin van onbewust, was hij hier gearriveerd. Zijn tas stond gepakt naast hem en hij hoopte dat hij niets vergeten was. Contrasterend met het grijze weer kwam de grote, gele bus op hem af. Hij stapte in en ging zitten.

"Wat een weer hè?" Het was typisch Hollands weer. De dag ervoor had de zon nog geschenen en nu kwam de regen met bakken uit de lucht. Eric was tot op de laatste draad doorweekt van het kleine stukje lopen van het pension naar de bushalte. "Dat kun je wel zeggen. Gisteren was het een stuk beter." Naast hem zat een vrouw met bruin, op haar hoofd geplakt, haar. Ook zij had het niet droog gered. Niemand in de bus was helemaal droog, behalve de chauffeur. Velen waren zomers gekleed omdat de temperatuur sinds de vorige dag nauwelijks veranderd was. Eric vond het een grappig gezicht om al die mensen ongemakkelijk te zien zitten in hun natte, plakkende kleren. "Wat ziet de mensheid er toch hopeloos uit als het regent.", zei hij met een brede lach op zijn gezicht. "Wij zijn er niet beter aan toe.", antwoordde ze met eenzelfde grijns. "Het zal wel weer snel drogen. Komt allemaal goed." "Moet je nog ver?" "Naar Amsterdam, hierna met de trein, dus als ik aan kom zullen mijn kleren wel droog zijn." "Woon je daar?" "NeeŠ" Eric wist niet goed hoe hij op deze vraag reageren moest. Hij wilde zeggen: 'Nee, ik onvlucht het hier.', maar dat klonk in het openbaar iets te pathetisch. En hoewel hij zich voorgenomen had om voorlopig in Amsterdam te blijven wilde hij niet beweren dat hij er woonde. Toch wilde hij tegen een totale vreemdeling ook niet zeggen dat hij momenteel geen huis had. Dat hij zwervende was. Eric wist niets beters dan een rustig 'nee' en daarna een stilzwijgen. "Ben je op vakantie?", vulde ze de stilte. "Zo ongeveer, maarŠ" "Het loopt anders dan je had verwacht.", vulde ze hem aan en vervolgde direkt: "Wat ga je in Amsterdam doen?" "Weet ik nog niet.", zei hij bijna fluisterend

Eric besefte opeens dat hij weer aan het vluchten was. Vluchtend probeerde hij te redden wat er nog over was van zijn oude vertrouwde wereld. Op zoek naar iets nieuws, uit angst de verandering van het vertrouwde mee te maken. Bang voor het eroderen van dat wat altijd zo geweest was, om zelf te moeten veranderen. Hij had zijn imago gebouwd op het drijfzand van de huidige situatie. De situatie veranderde en dus moest hij vluchten om zijn zelfbeeld te behouden. Hij bekeek zichzelf nog eens goed zoals hij daar in verzopen zat: Een oud grijs T-shirt, dat vroeger zwart was geweest, met kleine gaatjes van de shag. Een korte broek, die ook boxer-short had kunnen zijn, van een stof die nog het meeste weg had van parachute stof. Witte sportsokken en kisten. Die legerschoenen waren nieuw; poetsen deed hij niet. Ook voelde hij opeens zijn al een paar dagen niet geschoren gezicht, zijn half lange haar dat tot op zijn schouders kwam en dat nu het nat was waarschijnlijk een zeer onverzorgt uiterlijk bood. Zijn vingernagels waren lang, maar gelukkig schoon. Eric wist nu dat zijn uiterlijk slechts onderdeel was van zijn vluchtende imago. Hij kon alleen nog maar zichzelf zijn als hij niet wilde blijven rennen. Maar wie was hij? Hij had al zolang op zijn uiterlijk geteerd en geleefd zoals mensen tegen hem zeiden dat hij overkwam, dat hij niet wist wat hij zelf wilde, wie hij was.

"Werk je of studeer je nog?" "Ik werk voor uitzendbureau's. Allerlei werk. Ik heb mijn studie net afgerond en wil nog geen vaste baan. En jij?" "Momenteel vakantie houden, maar normaal werk ik als lerares in het voortgezet onderwijs." "Wat geef je?" "Engels." "Ben je ook op weg naar Amsterdam?" "Ja, hoezo dat?" "Je hebt een iets Amsterdams accent, vandaar." "Ik kom er niet vandaan. Ik ben geboren in Zaandam, misschien dat dat het is." "Woon je al lang in Amsterdam?" "Ongeveer twee jaar. Daarvoor heb ik veel gereisd met mijn toenmalige vriend. We hebben half Afrika gezien, maar hij wilde er blijven en ik wilde terug. Sindsdien woon ik in Amsterdam. Ik kon daar werk krijgen." Zo eerlijk zou hij willen zijn. Gewoon zeggen hoe het zit zonder omhalen, zelfs tegen een vreemde.

De bus had zijn laatste halte, bij het treinstation, bereikt. Eric wist niet goed of een ieder nu zijn eigen weg moest gaan, zodat het lot zou beslissen of ze elkaar op het perron, in de trein danwel in Amsterdam zouden weerzien. Of dat ze samen zouden oplopen, samen een kaartje kopen en samen het juiste perron zoeken, zodat het op een relatie leek.

"Moet jij nog een kaartje halen?" "JaŠ" Hij wierp zijn tas over zijn schouder, keek de tas na om te zien of ze ook kwam. Gespeelde besluitvaardigheid. Hij wist het en hoopte dat het niet arrogant zou overkomen. Dat had hij al te vaak gehoord.

"Ben jij erg onzeker?" "Ja en nee, dat hangt van de situatie af." "Wanneer wel en wanneer niet?", zei ze in de cadans van de trein. "Geen idee. Ik denk dat ik me onzeker voel in situaties die nieuw zijn. Ik ben altijd bang dingen fout te doen." Hij ontweek de vraag. Hij voelde de angst in zijn borst. Hij wilde haar alles vertellen, maar wist zeker dat hij dat nooit zou kunnen. Toch gaf hij voorzichtig aan dat hij in deze situatie onzeker was, hij hoopte dat ze dat zou oppikken. "Da's logisch, dat is iedereen."

"Maar het is de waarheid." Hij wilde haar niet vertellen wat zijn angsten waren. Daar was hij te bang voor. Hij wilde echter ook niet liegen, dat was iets dat Eric nooit wilde, dus vertelde hij iets algemeens of maar een deel. En hij had haar door. Ze wilde proberen tot hem door te dringen, zijn ziel te raken. Dit type mensen kende hij, ze hadden pas het gevoel dat ze iemand konden begrijpen en accepteren als ze diep in hun gevoelens konden tasten. Ze zijn als psychiaters, maar erger. Bij psychiaters weet je het van te voren en kies je er meestal zelf voor. Dit soort mensen doet het altijd en overal en altijd onaangekondigd. Toch was ze niet onaardig. Niet van innerlijk en niet van uiterlijk. Haar pogingen tot hem door te dringen hadden ook iets complimenteus. Hij was kennelijk de moeite waard. Eric vroeg zich af hoeveel moeite hij waard was.

"Wat is je grootste angst?" "Vrouwen.", hij zei het met een serieus gezicht, terwijl hij de verbazing op haar gezicht zag. "Vrouwen? Hoezo dat?" "Ze zijn zo onvoorspelbaar en als het hun uitkomt emotioneel kwetsbaar. En heb je vrouwen weleens ruzie zien maken? Dat is iets om bang voor te zijn!" "Hoezo als het hun uitkomt?" "Ach, als ze iemand niet mogen kraken ze die volledig af en maken hem of haar met de grond gelijk, maar als hunzelf iets overkomt is het piepen en jammeren." Een brede lach lag rond Eric zijn lippen niet onderdrukken. "Wat vind je leuk aan vrouwen?" "Hun koken en de seks." Eric lachtte nu hardop. "Flauw." Eric vond het mooi dat ze doorhad dat ze erin getrapt was en ze kon het hebben. Ze had een verkeerd onderwerp aangesneden, zich vergist in hem. Hij had haar vragen doorzien en wilde door belachelijke antwoorden te geven haar aan het twijfelen brengen over het hele gesprek zodat hij zichzelf kon beschermen. Hij wist het, maar kon het niet laten. "Ik leg hem voor en jij kopt hem in?" Eric knikte. "Hoe ervaar jij het leven?", ze wilde het nog een keer proberen en Eric nam zich voor om nu serieus te zijn. Hij wilde haar niet kwetsen. "Gewoon, gaat wel." "Volgens mij heb jij geen vrolijke kijk op het leven." "Nee, dat klopt." "Hoe komt dat?" "Het valt zo tegen. Het is niet wat ik ervan verwachtte, maar het is beter dan voorheen." Weer die grijns. Het voelde alsof het buiten hem om ging. Hij kon het niet onderdrukken. "Hou je van jezelf", vroeg ze met een glimlach om haar gezicht. "Wat stel je een hoop vragen?" "Stoort het je? "Nee, maar ik kom zo weinig over jou te weten."

Eric was enigszins uit het veld geslagen door haar directe benadering. Ze stapte zijn leven in met zeven-mijls-laarzen. Het ging hem iets te hard. Niet dat hij iets te verbergen had, maar een vreemde hoefde niet meteen alles te weten en daarnaast wilde hij ook haar leren kennen. "Vertel eens iets meer over jezelf." "Jesus, wat moet ik vertellen. Dat is zo'n grote vraag." "Begin bij je jeugdŠ" "Šokee. Ik ben geboren op 16 april 1966. Ik heb een leuke jeugd gehad met veel vriendjes en vriendinnetjes. Daarna ben ik naar het voortgezet onderwijs gegaan. Eerst HAVO en daarna PABO en in die periode kwam ik ook in mijn pubertijd. Ik was heel opstandig en vervelend. Ik heb het heel wat leraren moeilijk gemaakt, vooral één aardrijkskundeleraarŠ" Het was gelukt. Ze had haar vertelritme te pakken. Heerlijk vond Eric dat; luisteren naar andere mensen. Hij hield er niet van om over zichzelf te praten, maar luisteren naar andermans verhaal boeide hem altijd. Hiermee haalden ze Amsterdam wel.

Na drie trappen waren ze eindelijk boven. Daniëlle draaide de sleutel om van de deur van haar appartement, terwijl Eric de situatie in zich opnam. Een kale overloop met nog twee deuren, de eerste kwam waarschijnlijk uit op een ruimte die aan de straatkant moest liggen. Als Eric's oriëntatie hem niet in de steek had gelaten dan lag de woonruimte van Daniëlle aan de achterzijde van het gebouw. De andere deur bevond zich tussen de twee ruimtes in. Wat er achter schuil zou kunnen gaan was Eric niet duidelijk. De trap die zij net beklommen hadden was stijl en ooit wit geweest. Het hout kraakte bij elke stap die je deed. Eric vroeg zich af wat de orginele functie van het pand was geweest. Gezien de plek, vlakbij de Albert Kuyp, leek woonhuis het meest voor de hand liggend, maar het ongemak van de trap maakte dit niet waarschijnlijk. Misschien vonden ze comfort vroeger minder belangrijk. Licht waaierde de gang in. De deur was open. Eric volgde Daniëlle de kamer in. Binnenkomend viel Eric meteen op dat de complete wand, welke inderdaad de achterzijde van het pand was, vijftig centimeter vanaf de grond tot aan het plafond voorzien was van ramen. Hierdoor stroomde veel licht de kamer in. Het enige dat het zicht enigzins beperkte was een wenteltrap die midden in de ruimte stond. Links van de trap bevond zich, tegen de zijwand, een keuken en een deur waarachter Eric de WC vermoedde.Daniëlle had haar tas onderaan de trap neergezet en nodigde hem uit te gaan zitten. Eric zette zijn tas naast de bank. De kamer had een L-vorm waarbij de staander van de L parallel lag aan de gang. In die staander was een zithoek gecreëerd. Twee banken vulden het hoekje en Eric had op de bank plaatsgenomen die uitzicht op de keuken gaf. Hierdoor had hij het beste zicht op de hele kamer en kon hij tevens Daniëlle aankijken als hij tegen haar sprak. "Mooie ruimte heb je. En lekker veel licht." "Dank je. Ik ben er zelf ook heel tevreden mee. Het mooie is dat het tevens heel dicht bij alle voorzieningen zit. Markt, winkels alles is op loopafstand." "Huur of koop?" "Huur." "Geen zin om je eigen huis te kopen?" "Nog niet. Ik betaal niet veel huur en ik heb nergens zorgen over. Dit is lekker makkelijkŠ ŠWil jij even wat muziek opzetten?" Eric stond op en bladerde door haar CD's. Black Crowes, Celine Dion, Mozart, Neil Diamond, Bach, Ravel, Nirvana, ABBA, Beautiful South. Ze had een veelzijdige smaak. Dat maakte het moeilijk. Eric wilde iets opzetten dat ze beiden leuk zouden vinden. Uiteindelijk viel zijn oog op de Cranberries. "Goeie keuze." Ze stond achter hem, toen hij de CD in de speler stopte. Twee glazen wijn vulden haar ene hand en een schaal Casave Crackers de andere. Hij had haar hetzelfde compliment kunnen maken. "Zal ik even wat aanpakken?" "Graag." Eric ging weer op de plek zitten waar hij vóór het opzetten van de CD ook had gezeten. Hij bedacht op het moment dat hij ging zitten hoe vreemd dat eigenlijk was. Hiervoor had hij een reden gehad om juist daar te gaan zitten en nu leken opeens alle andere plekken verboden terrein. Een interne drang zorgde ervoor dat hij weer op diezelfde plaats ging zitten. Het had vast te maken met een soort oerinstinct dat hem vertelde: 'Die plek is veilig. Dat weet je. De overige plekken zijn nog onbekend terrein en daarvan staat de veiligheid niet vast.' Daniëlle ging op de andere bank zitten. Dit plaatste hun min of meer tegenover elkaar, psychologisch nadeel. Gelukkig zat ze niet recht tegenover hem, maar onder een hoek van 45 graden. Samen met de stereo, die op een tafel tussen de twee banken stond, vormden ze een rechthoekige driehoek. Driehoeken zijn de sterkste constructies. "Wat wil je straks eten?" "Geen idee, wat was je zelf van plan?" "Ik heb niet veel in huis, dus het wordt brood of uit eten."

Daniëlle was weg om Chinees te halen. Ze had gezegd dat hij moest doen of hij thuis was, maar het was zijn huis niet. Eric had zichzelf nogmaals ingeschonken en liep met zijn glas in zijn hand door haar woning. De deur naast de keuken leidde inderdaad naar de WC. De keuken was klein en via het raam zag Eric de zon achter de huizen wegzakken. De avond kwam eraan. Het onverwachte van dit leven was wat Eric zo aanstond. 's Ochtends was hij weggegaan uit dat kleine benauwde kustplaatsje en nu zat hij in een grote stad in een vreemde kamer wachtend op zijn enige aanknopingspunt. Hij kende haar nauwelijks en toch voelde hij verbondenheid met haar. Ze had hersens en ze gebruikte ze, dat kon hij waarderen. Van haar kon hij leren. Eric vroeg zich af wat er verder zou gebeuren. Zou hij met haar slapen, of op de bank zoals afgesproken en wat zou er de volgende dag gebeuren? Zou hij met haar willen slapen? Ze was aantrekkelijk en intelligent, maar een echte vonk was niet overgesprongen. Het leek vertrouwd, alsof het altijd zo geweest was, alsof ze een vriendin was. Hij zou dus met haar naar bed kunnen, zelfs willen. Ze zou een nieuwe ervaring zijn, maar er was geen dwang, geen ongebreidelde lust. Gebeurde het dan was het mooi, zo niet dan niet.

Dromerig stond Eric te staan voor het raam dat uitzag op een binnenplaats met tuinen. Een glas wijn in zijn hand, bewegingsloos. Hij stond nog even te overdenken wat Daniëlle in de trein verteld had. Dat ze de opstandigheid het mooiste vond aan haar volwassenheid. Dat volwassenheid niets anders was voor haar dan de rebelie uit de pubertijd zo toe te passen dat het geaccepteerd wordt. Dat ze kan laten zien dat het ook anders kan zonder uit de pas te lopen. Het sluiten van de deur haalde hem uit zijn overpeinzing. "Ik had je niet horen binnen komen." "Dat heb ik gemerkt. Hier is eten. Ik hoop dat je van TjapTjoy houdt." "Ik lust alles."

De avond ging voorbij en ze bleven praten. Wereldproblemen werden opgelost en weggespoeld met wijn. Terwijl ongemerkt het tijdstip naderde waarop slapen gaan de enige oplossing was. Het was niet de vermoeidheid, als wel de alcohol die hen hiertoe dreef. "Waarom slaap je niet bij mij?" "Ja, waarom nietŠ", hij bleef haar met een serieus gezicht aankijken, "Šik zou het niet kunnen verzinnen." Een glimlach verscheen op zijn gezicht. Daniëlle lachte mee. "Ach ja, ik weet nog wel wat. Ik zou eigenlijk eerst even willen douchen. Ik heb het idee dat ik nog overal zand heb zitten." "Het is de eerste deur links in de gang.

Het warme water deed hem goed. Hij had het gevoel dat hij minder dronken was. Daarnaast was het idee dat hij straks bij Daniëlle in bed zou stappen een verkwikkende gedachte. Na drie flessen wijn zou er waarschijnlijk niet veel gebeuren, maar hij wist ook dat seks een perfekte verbrander van alcohol was en opwinding een goede verdrijver van dronkenschap. 'Prachtige vinding het menselijk lichaam. Wat zouden we zonder moeten.' Met deze gedachte stapte hij onder de douche vandaan. Hij droogde zich af en trok zijn broek aan. Snel liep hij over de gang de kamer binnen. "Wil jij het licht uit doen. Ik ben al boven." Luxaflex verduisterde de ramen. Eric gooide zijn kleding op de bank en nam de situatie tussen de lichtschakelaar en de trap in zich op. De afstand was niet groot en er waren geen obstakels. Alleen de leuning kon tot onbedoelde confrontaties leiden. Eric knipte de lichtschakelaar om en kwam tot de conclusie dat het niet donker was. Het licht vanuit het trapgat voorzag hem van een goed oriëntatie punt. Zonder problemen beklom hij de trap.

Twee lampen brandden aan het hoofdeinde van het bed. Daniëlle had haarzelf al toegedekt met het dekbed, terwijl ze op haar rug liggend hem uit het trapgat had zien komen. Ze sloeg van de plaats naast haar het dekbed terug. Hij stapte in. In stilte keek hij naar haar. Zich afvragend hoelang hij de spanning kon rekken. Of beter: Wanneer hij zijn angst overwonnen zou hebben. Afwachtend of zij de eerste zet zou doen; of zij de magie zou verbreken en zekerheid zou verschaffen. "Je hebt een mooi lichaam.", zei ze en draaide haar lichaam naar hem toe zodat haar borsten voor hem zichtbaar werden. "Dank je." Zijn stembanden voelden droog.

Hij keek haar in de ogen en zag een twinkeling. Hij verschoof zijn hand naar haar heup. Spreken was zinloos geworden en hij schoof zijn lichaam naar haar toe om haar te kussen. Warm en vochtig voelden haar lippen aan. Zijn tong speelde met de hare. Haar lichaam strelend van boven naar beneden ontdekte hij haar naaktheid. Ze droeg niets. Er viel niets uit te trekken. Alles was vrij beschikbaar. Dit wetend verloor haar rug zijn interesse en zette hij zijn verkenningstocht voort aan de voorkant van haar lichaam. Strakke spieren vormden een hard plateau waar hij een zachte buik had verwacht. "Sport je veel?", vroeg hij haar lippen de ruimte latend. Gemurmel, dat zowel ja als nee kon betekenen, was haar antwoord. Het plateau strelend voelde hij zijn hormonen door zijn lichaam razen. Twee pieken van heupbeenderen sloten het dal van levenssymbiose in en hij liet zijn hand als een skieër glijden naar lagere delen. Stevig schaamhaar omzoomde het doel van zijn lust. Haar hand gleed onder de elastische band van zijn slip door en omsloot de wortel van zijn balzak. "Waarom zo'n haast? Neem de tijd.", fluiterde ze in zijn oor, "Verken me." Hem loslatend gooide ze het dekbed weg zodat er één onontgonnen speelruimte ontstond. Hij was verbaasd, voelde het als een breuk in het spel. Ze zat op haar knieën voor hem. "Kom hier.", zei ze zacht. Ze trok zijn onderbroek van zijn lichaam en hij voelde zich naakt in dat grote onbedekte bed met haar ogen die hem volledig in zich opnamen. Hij begreep opeens minder van een striptease-danseres waar honderden ogen op gericht zijn. Hij had weg willen kruipen, het dekbed willen pakken. "Bekijk mijn lichaam. Zie wat er te spelen valt. Waarvan je genieten kunt. Hoe het gebouwd is." Haar stem klonk rustig, bedachtzaam. Hij voelde haar rust in hem komen. Zijn erectie werd minder hard en hij durfde naar haar te kijken, haar ogen, haar gezicht. Zacht voelde hij haar hand zijn schouder en arm strelen. Het was alsof haar vingertoppen elke haar op zijn arm één voor één raakte. Een warm gevoel steeg op uit zijn maag. Voorzichtig legde hij zijn hand, terwijl hij naar haar gezicht bleef kijken, op haar been. Hij voelde een strak gespannen bovenbeen van glad en zacht vel. Miniscule haartjes prikten in zijn vingers. Zijn hand gleed, als over fluweel, omhoog, haartjes op tillend en weer vallen latend. Via haar dij, haar volle billen naar haar rug. De rug waar hij al eens geweest was. Glad en gespannen was de huid. Door de huid voelde hij haar ribben en schouderbladen. Ze kuste zijn lippen in een warme kus. Hij voelde haar borsten tegen zijn borstkas rusten en hun warmte stralen. Hij voelde hoe haar tepels, hard, net onder zijn tepels drukten. Zijn arm spande zich om haar rug en hij drukte haar steviger tegen zich aan. Hij wilde haar hele lichaam voelen, verkennen. Hij wilde haar billen kneden, haar borsten strelen, in tepels knijpen, ze likken. Strelen over haar lange lichaam. Vuur naar haar hoofd zien stijgen, haar ogen zien twinkelen. Hij wilde haar benen als vanzelf uit elkaar zien gaan. Hij wilde voelen hoe haar schaamlippen gulzig om zijn lid sloten en het soepel naar binnen gleed elk detail van haar vaginawand voelend. Hij wilde haar zien kronkelen, zweet op haar voorhoofd zien parelen. Hij wilde haar horen roepen: "Kom, kom, kom alsjeblieft."

Uitgeput lagen hij tegen haar aan. Langzaam wegdromend op een enorme hoeveelheid energie. Af en toe kussen gevend, met steeds grotere tussen pozen, tot hij uiteindelijk in slaap vielen.

Het was licht buiten toen hij zijn ogen open deed, hij was wakker. Naast hem lag Daniëlle nog te slapen. Haar licht ontspannen gelaatstrekken deden hem bijna besluiten om ontbijt klaar te gaan maken voor op bed, maar hij bedacht tegelijkertijd dat dat te cliché-matig zou zijn. Hij bedacht zich ook dat Daniëlle vrijgezel was en dus niet vaak ontbijt op bed zou krijgen, misschien hield ze helemaal niet van ontbijtenŠ Hij keek op de klok. Negen uur. Zo vroeg kon hij beter helemaal niet met een ontbijt komen aanzetten, niet na een avond als de vorige. Ook hij had eigenlijk nog moeten slapen, maar hij was klaarwakker. Misschien viel er beneden iets te beleven. Hij klom uit bed. Ging de trap af en trok zijn spijkerbroek en T-shirt aan. De lege flessen en een volle asbak staarden hem aan. Hij draaide het volume van de stereo omlaag en zette hem aan. De laatste CD van de avond begon weer te spelen. Zachtjes klonken de eerste noten van Stings 'The lazarus heart' door de kamer. De lege flessen zette hij op het aanrecht. Hij opende de luxaflex, zonder ze op te halen. De asbak kieperde hij leeg in de vuilnisbak en na een groot glas water gepakt te hebben ging hij op de bank zitten. Hij zat op de plaats waar Daniëlle de vorige avond gezeten had, met uitzicht op de ramen.

Wat zou er volgen deze dag? Hij was nog zwervende. Dit kon niet zijn definitieve thuis worden. Toch voelde het goed. Hij zou willen blijven. Eric besefte dat hij verliefd was, maar ook de onmogelijkheid. Hij kon nog niet accepteren dat hij zomaar zijn leven op zou geven om hier neer te strijken. Onrust brandde in zijn lichaam. Niet dat hij weg wilde, maar hij wist ook dat hij niet blijven zou. De liefde en de vrijheid, zo eeuwen oud en altijd weer een dilemma. Hij voelde zich een cliché en dat was wat hij niet wilde zijn. Nu bleek dat niets menselijks hem vreemd was kon hij net zo goed een ontbijt gaan klaarmaken, voor haar.

Met een blad vol goede bedoelingen, zo goed kende hij haar niet, ging hij naar boven. Een bord met een broodje kaas, een broodje aardbeienjam, twee kopjes thee, één jus d'orange en een groene appel voor de kleur. Het cliché was bijna compleet. Toen hij bij Daniëlle op bed ging zitten opende ze een oog, en nog één. Ze lachte naar hem. "Heb je ontbijt klaargemaakt?", haar stem klonk schor. "Ja." Ze ging rechtop zitten en hij gaf haar het blad op schoot. "Jezus, wat aardig van je. Je bent een schat." Haar ogen twinkelden zacht. Ze keek hem aan en kuste hem, daarbij bijna het glas met jus d'orange omstotend. "Voorzichtig." "Gaat goed. Je bent een engel." Hij nam zijn kopje thee en keek toe terwijl zij haar ontbijt at. Haar blijdschap maakte het feit dat het oudbollig was minder erg. Hij genoot van haar genieten. Dit wás erg, maar hij was blij. In een Bouquette-reeks boekje had het niet misstaan, dacht hij trots.

"Waarom ben je naar Amsterdam gekomen?" Ze zette haar bord weg en keek hem verwachtingsvol aan. "Omdat ik toe was aan een nieuwe uitdaging. Ik had het daar wel gezien." "Wat liet je achter?" De vraag verraste Eric. Hij voelde zich verlegen, wilde geen antwoord geven. "Zand. Veel zand." "Oude liefdes?" "Ook." "Je eigen verleden?" "Nee, dat had ik al lang achter me gelaten." "En nu?" En toen?, was wat Eric dacht. Waarom had hij dit gedaan? Waarvan rende hij weg? Wat probeerde hij te ontvluchten?

"Mag ik jou wat vragen? Waarom zit jij hier alleen?" "Omdat ik de ware nog niet gevonden heb en ik alleen voor de juiste ga." "Geloof je dan niet dat er meerdere waren kunnen zijn?" "Jawel, maar ik ben nog niemand tegen gekomen die aan mijn eisen, of genuanceerder wensen, voldoet." "Zijn je eisen dan niet te hoog?" "Nee. Het is mijn leven en ik bepaal wat ik wel en niet toelaat in mijn leven. Ik ben niet van plan compromissen te sluiten om met iemand mijn leven te mogen delen." Haar woorden hadden hard en egoďstisch kunnen klinken, maar dat deden ze niet. Het klonk als een berustende constatering, als iets zachts. Haar ogen leefden. Ze meende het, was er gelukkig mee en ze wist zeker dat ze haar ware zou vinden. "En hoe zit het met ons?" "Met jou? Weet ik niet." "Waarom heb je me uitgenodigd?" "Voor de seks. Ik ben ook een mens." "Maar waarom ik." "Je schone nagels en je lekkere kontje." Hij was een lust-object. Hij voelde zich gevleid, maar ook gekwetst; tegelijkertijd. Hij vond zijn lichaam niet mooi, maar was trots op zijn weten en zij had zaken gekozen die hem het minst na aan het hart lagen. "Of om je uitstraling om een eufemisme te gebruiken." "Speelt gevoel dan niet mee?" "Jawel, daarom heb ik jou ook gevraagd en niet de buurman." Eric was er stil van. Daniëlle zette het blad weg. "Eric, zo voelt het vaak om vrouw te zijn. Ik weet dat je niet zal blijven, daarom wilde ik je deze ervaring geven. Mannen gaan vaak te simpel met gevoelens om." Dat was een les. Hij voelde zich iets opgelucht. Ze had hem goed te pakken gehad. Hij had beter moeten observeren. Maar á la, ze hield van hem, hoopte hij, en hij van haar. Eric voelde haar arm om zijn schouder. Een warme arm die zijn lichaam tegen de hare drukte. Hij legde zijn hoofd op haar schouder en keek langs haar lichaam naar beneden. Haar borsten, haar buik en het dekbed met lichtbruine bloemetjes.

Zou ze het als waarschuwing bedoeld hebben?, schoot er opeens door Eric heen. Misschien was ze bang om verlaten te worden en wierp ze daarom een wal van wijsheid op. Het was mogelijk dat ze meer wilde vertellen dan een wijze les. "Ben je bang dat ik iemand ben die een ander zijn gevoelens vergeet?" "Weet ik niet, maar als je lang alleen bent wordt je voorzichtig." Ze legde haar hoofd tegen het zijne en drukte hem even krachtig tegen zich aan. Hij veronderstelde dat ze er verder niet over wilde praten en dus bleef het stil. Zijn gedachten gingen verder. Hij kon zich nog steeds niet voorstellen dat hij hier lang zou blijven, maar hij besefte dat afscheid nemen moeilijker geworden was. Zowel voor haar als voor zijn gevoel. Eric bedacht wat hij zou gaan doen als hij nu weg ging, wat dat betekende. Hij zou weer op straat zijn, zwervend langs de grachten, mensen kijkend en niet wetend waar hij de nacht zou doorbrengen. En uiteindelijk neerstrijkend in een jeugdherberg, of in een kroeg en de roes uitslapend op een bankje, afhankelijk van het weer en zijn stemming. De andere optie was om te blijven, om in ieder geval langer te blijven en alles op zijn beloop te laten. Te wachten totdat zij hem eruit zou trappen of totdat hij, dwangmatig, echt weg moest omdat het zo niet langer ging. Dat waren zijn mogelijkheden, rationeel. Hij wist dat hij niet gaan zou, niet voordat het moest.

"Zullen we gaan douchen?" Daar kon hij zich in vinden. Haar badkamer was groot en de douchecel bood zeker ruimte aan twee personen. Het idee had iets romantisch; elkaar wassen, twee naakte lichamen bij elkaar. Het water stromend als een herfst-regenbui. Het was een moment om zorg en tederheid voor elkaar te tonen. Eric sprong uit bed. "Ja, kom op!"

Eric was al in de badkamer voordat hij voetstappen op de trap had kunnen horen. Hij draaide de warmwaterkraan open en wachtte tot deze heet was, zich onderwijl uitkledend. Hij mengde er koud bij en creëerde een aangename temperatuur. Hij hoopte dat zij dat ook zou vinden. Daniëlle kwam binnen op het moment dat hij net onder de warmwaterstroom wilde stappen. Ze had helemaal niets aan, zelfs geen handdoek om. Zo moest ze ook over de gang gelopen zijn. "Wilde je zonder mij beginnen?, een glimlach danste op haar gezicht. "Nee, ik wilde het water keuren.", hij deed een stap terug, "Na u mevrouw." "Wie gaat er dan het water keuren? Eerst jij, voorproever van de koningin." "Zoals u wenst mevrouw." Hij boog en stapte onder de douche. Zij volgde vrijwel direkt. Met z'n tweeën onder de douche bleek dat het niet de ruimte van de douchecel was die hen beperkte, maar de omvang van de waterstraal. Alleen dicht tegen elkaar, de armen om elkaars lichaam geslagen, konden ze beiden genieten van het water. Los van elkaar stonden ze beiden geheel of gedeeltelijk droog. Door de waterdamp was het niet koud, maar het voelde ongemakkelijk. Eric vergeleek het gevoel met jaloezie. Hij wilde het water voelen, alles, samen met haar. Misschien was hebzucht een beter woord.

Tijdens het wassen van elkaars haar had. Hij herkende in haar korte nekharen zijn jeugd. Die herkenning had zijn reflectie op zijn gedrag en daarmee op de hare. Het werd kinderlijk spel. Schuim op elkaars neus smeren, proberen krijgertje te spelen in de daarvoor zeer beperkte ruimte en elkaar in zepen om daarna de glibberige lijven langs elkaar te laten glijden. De tussenkomst van volgroeide hormonen deed het kinderlijke spel overgaan in een volwassen. Haar rug tegen de koude tegelmuur drukkend probeerde hij met elke stoot dieper in haar te komen. Uiteindelijk gaf hij het op en zaten ze, ieder met de rug tegen de koude tegels, uitgeput op de grond. Ieder aan een kant van de douchecel met de waterstraal tussen hen in.

Zwetend en puffend zaten ze op de bank. Het was een zonnige dag en warm in het appartement. De noodzakelijke boodschappen waren gedaan en er was een middag over. "Geloof jij in een lotsbestemming? In de zin van dat er een bepaalde reden is voor het feit dat wij elkaar hebben ontmoet?", vroeg Eric. "Misschien was er voor jou een reden. Niet voor mij." "Hoe kan het bij een samenkomst voor de één lotsbestemming zijn en voor de ander niet?" "Omdat ik geen lotsbestemming nodig heb. De dingen gebeuren gewoon. Voor jou geldt dat je dat wel nodig hebt en dus is het voor jou lotsbestemming." "Dan bestaat voor jou de ware ook niet." "Inhoudelijk denk ik dat je gelijk hebt. Iedereen past en niemand voldoet." "Maak je het daardoor voor jezelf niet heel erg moeilijk, eenzaam?" "Nee, als je de situatie accepteert zonder het te zien als een lot of een kruis kan het nooit moeilijk zijn. En omdat, zoals ik daarnet al zei, iedereen past is het nooit eenzaam. Het is mijn keuze om iemand niet te laten passen, voor tijdelijk, voor lang of voor altijd." "Je loopt alleen het risico dat er niemand is als jij het nodig hebt en omgekeerd." "Dat is het voordeel van vrouw zijn. Mannen lopen hun lul achterna." "Nu moet ik toch even mijn deel van deze wereld verdedigen." "Probeer maar.", een lach speelde om Daniëlle haar lippen. Eric wist er geen weerwoord op. Het was hem al vaker opgevallen dat mannen makkelijker zijn in hun keuze dan vrouwen. Het was meestal het vrouwelijke deel van de bevolking dat subtiel de keuze maakte welke partner werd toegelaten, ze laten het daarna alleen aan de man over om ook daadwerkelijk de toenadering te zoeken. Eric had regelmatig in disco's op de signalen gelet. De mannen gaven meestal vele signalen naar vele kandidaten, vrouwen meestal maar naar één, soms twee. Hij had het het grappigst gevonden om niet op de signalen te reageren of gelijke signalen terug te geven en verder niets te doen. Zo had hij ontdekt dat vrouwen dan ook meestal niets deden. Hij ging dan altijd alleen naar huis.

Eric had weer aan het strand willen zijn. Met het zand plakkend aan zijn lichaam, de brandende zon en het verkoelende zeewater. Het werd te heet in het appartement. "Zullen we een rondje om?" Het was druk. Velen hadden gedacht de verkoeling buiten te kunnen vinden, zonder dat het daar erg veel beter was. De bewegende lucht was de belangrijkste verbetering ten opzichte van het binnen zitten. Het 'rondje' werd daardoor een lijn naar het dichtst bijzijnde terras. Mensen kijken, bier drinken en frisse lucht; de middag ging vanzelf voorbij.

Krakend en lachend gingen ze de trap op. Vele vreemde vogels waren aan het terras voorbij gegaan. Genoeg om die nog even uit te lachen. Boven gekomen was er opeens een enorme rust. Het huis leek uitgestorven. "Woont er nog iemand in de voorste kamer?" "Nee, die is ook van mij. Dat is mijn speelkamer." "Werkkamer?" "Spéélkamer.", zei ze lachend. "Wat voor speelkamer, voor kinderen?" "Nee, niet echt. Wil je hem zien?" "Ja, natuurlijk." "Wacht dan even." Daniëlle deed de deur open van haar appartement en kwam even later, nadat hij haar de trap op en af had horen gaan, terug met een andere sleutel. Ze opende de deur en hij keek de kamer in. Het was er aarde donker, alsof de hele kamer zwart was. Daniëlle knipte het licht aan. Eric keek zijn ogen uit. Er was veel ruimte en weinig inhoud. De kamer was inderdaad zwart, op de houten vloer na. De wanden leken met een soort zwart velour bekleed en voor de ramen hingen dikke zwarte gordijnen. In de kamer stond een bed en een stellage met een grote spiegel ervoor. Het bed was niet opgemaakt als voor een gast. Het was een twee persoonsbed van stalen buizen met daarop een matras met overtrek. Dat was alles, geen dekens of dekbed, zelfs geen kussen. Eric liep de kamer in, voorzichtig. Hij voelde het als het betreden van een tempel, bijna heilig. De stellage in het midden van de kamer was de grootste aandachtstrekker. Hij was dominant aanwezig, ook door de enorme spiegel met gouden lijst die er tegenover aan de wand hing. Dit had hij weleens eerder op televisie gezien. Het was een SM-kamer. Eric viel stil. Hij keek bewonderend rond. Hij was verbaasd. "Hoe vind je het?" "De kamer? Leeg, om je eerlijk te zijn. Ik had meer verwacht." "Zoals?" "Weet ik niet. Op TV is zo'n kamer altijd heel gevuld." "Hun beurs waarschijnlijk ook, en het meeste speelgoed ligt in de kast." Eric draaide zich om en zag dat de kamer inderdaad ook nog een kast bevatte. Hij stond met zijn zijkant naar de deur gericht en was zo groot dat Eric zich niet kon voorstellen dat hij hem niet eerder gezien had. Het was een donker houten antieke linnenkast. Een sleutel stak in het slot en Daniëlle draaide die om. Piepend gingen de deuren als vanzelf open. De kast stond kennelijk iets uit het lood. Eric liep naar Daniëlle toe en bekeek de inhoud. De onderste twee planken waren ingeruimd voor kleding. Eric zag glimmend lak, onderkleding, leer en schoenen. Dat was althans wat hij herkende. Daarboven kwam een plank met touwen en boeien in verschillende uitvoeringen en daar weer boven een plank met doosjes en spulletjes waarvan Eric alleen de dildo's en vibrators bekend voorkwamen. Alle overige planken waren uit de kast verwijderd. Dat er ooit planken hadden gezeten was zeker. De steunlatjes aan de zijkanten zaten er nog. De complete achterwand van de kast was nu echter ingericht als hangrek voor van alles en nog wat. Voornamelijk zweepjes en slaghout. Eric voelde een sensatie door zijn lichaam gaan. De sensatie van nieuwigheid, van het onbekende. Het vuur voor informatie. Maar ook de angst voor het onbekende, de pijn.

"Wat is er zo leuk aan iemand pijn doen?" "Dat vind ik niet leuk. Meestal worden dit soort spelletjes SM genoemd, maar eigenlijk is het meer. SM is het pijn doen of pijn gedaan worden, maar er komt ook nog zoiets bij kijken als bondage, het vastbinden van iemand. Meestal zijn deze beide aanwezig in een spel. Daarbij speelt bij bondage meer het dominante en onderdanige een rol, waarbij SM geheel gelijkwaardig kan zijn. Hoewel dat heel moeilijk is. Het is makkelijker om een rollenpatroon aan te houden. Wat ik je nu overigens vertel is mijn eigen definitie, ik geloof niet dat er echt vaste omschrijvingen van beide zijn. Een ieder definieert naar eigen behoefte en ervaring."

"Je zei dat pijn doen niet leuk is, maar waarom dan SM?" "Ik vind pijn doen niet leuk. Wat ik leuk vind aan SM is de pijngrens benaderen, hem overschrijden en de stimulering die ervan uitgaat. Het idee dat iets pijn kan doen is in een spel voor mij belangrijker dan de echte pijn. Waar ik zelf het meest van hou is de endorphine kick. Dat vind ik echt fantastich." "Wat is dat, endorphine kick?" "Als je geslagen wordt en je weet de klappen te incasseren zonder dat het echt pijn gaat doen dan zal je in een soort roes terecht komen. Alle emoties komen dan samen in één heerlijk rustig gevoel." Haar ogen fonkelden. Eric besloot op dat moment dat hij dat ook meegemaakt wilde hebben. Dat was zijn doel. "Hoe kan je dat bereiken?" "Door veel oefening, zal ik je vast binden?" Eric voelde zich opeens onzeker, maar wist dat hij wilde weten. "Da's goed" "Kleed je maar uit." Toen Eric ontkleed was bond ze hem, als Jezus aan het kruis, aan de stellage vast. Eric voelde het koude staal tegen zijn warme lichaam, maar het wende snel. Toen hij eenmaal vastgebonden was kwam Daniëlle geheel gekleed voor hem staan. Haar handen legde ze op zijn schouders en ze liet ze daar even rusten. Daarna gleden ze over zijn borst naar zijn heupen waarbij ze er steeds voor zorgde dat haar schouders op gelijke hoogte bleven met haar handen. Terug omhoog bleek ze opeens een doek in haar handen te hebben. Zijn ogen werden geblindeerd en een knoop op zijn achterhoofd gemaakt terwijl zijn voorhoofd op haar borsten rustte. Nogmaals daalden haar handen omlaag en weer bleven ze op zijn heupen liggen, maar nu voelde hij ook een warme en vochtige sensatie rond zijn penis. Snel en zeker leverde ze vakwerk. Schokkend aan het rek kwam hij klaar. Daarna was er stilte. Zijn gloeiende lichaam koelde snel af, zonder dat het onbehagelijk koud werd. Er was rust, maar er was meer of beter minder. Het leek erop dat Daniëlle de kamer verlaten had. Hij had klappen verwacht en niet de verlatenheid die er nu was. Misschien was ze zich aan het voorbereiden op een volgende act. Hij hoorde geen gerommel in de kast. In deze stilte had hij dat moeten horen. Dus was het niet waarschijnlijk dat ze bezig was met voorbereidingen. Bleven er twee mogelijkheden over. Ze was de kamer uit of ze stond nog voor hem. "Daniëlle?" Het bleef stil. Zijn stem had hard geklonken in de leegte. Het kon haar bedoeling zijn dat hij braaf bleef wachten, als een slaaf, of het kon juist haar bedoeling zijn dat hij om haar smeekte. Alles was mogelijk, niets duidelijk. Eric besloot voorlopig te berusten in het wachten om te zien wat er zou gebeuren. Een andere gedachte drong zich op. Het was mogelijk dat ze naar de slaapkamer was gegaan om iets anders aan te trekken. Of ze was in de kamer een sigaretje gaan roken. Misschien was ze op de bank in slaap gevallen. Dat was mogelijk na de hoeveelheid alcohol die ze op het terras genuttigd hadden. Eric begon voorzichtig aan de touwen te trekken om te zien of er beweging in zat. Geen enkele. De knopen waren goed gelegd.

"Daniëlle?" Weer geen reactie. Ze was niet in de buurt. Hij wilde nu een teken van leven horen. "Daniëlle!" Weer niets. Eric trok aan de touwen om te kijken of er toch enige winst te behalen viel. Als hij die blindoek maar af kon krijgen. Maar de enige winst die hij behaalde was een striemende pijn in zijn polsen. "Daniëlle!" Hij schreeuwde harder. Adrenaline joeg opeens door zijn lichaam. Hij was bang. Toen hoorde hij haar stem.

"Rustig maar. Je dacht toch niet dat ik je alleen zou laten.", ze deed zijn blindoek af, "Ik heb alles vanachter de deur gevolgd." Eric begon te lachen. Eerst een vloek en toen rolden de tranen over zijn wangen. "Wat een trut ben jij, wat een gemeen kreng." Daniëlle maakte de touwen los, beginnend met de enkels. Nadat ze zijn polsen had losgemaakt zeeg Eric ineen en bleef op de grond zitten terwijl zijn schouders schokten. Daniëlle ging naast hem zitten en ze zag dat tranen over zijn gezicht rolden. Zonder geluid te maken zat Eric daar huilend op de grond. Ze sloeg een arm om hem heen en drukte hem tegen zich aan.

Tijdens het eten zaten ze tegenover elkaar. "Weet je wat er aan de hand was?", vroeg ze voorzichtig. "Niet precies. Ik was bang dat je weggegaan was of in slaap gevallen. Ik denk dat ik te weinig kiekeboe gespeeld heb toen ik klein was. Ik was echt bang om verlaten te worden." Een zachte, melancholieke lach speelde om zijn lippen. "Waarom huilde je?" "Ik denk uit geruststelling dat je er toch was. Eigenlijk waren het een heleboel emoties die allemaal in één keer omhoog kwamen. Ik denk dat huilen de enige uitweg was."

De avond was rustig. Met z'n tweeën zaten ze op het krappe balkon bij de keukendeur. Een sigaret in de ene en een glas wijn in de andere hand. Ze waren stil, beide met hun eigen gedachten die af en toe symbolisch werden weergegeven door het gepiep en gekraak van lijn 24 of 25 die langs ging. De zon zakte achter de huizen weg. Het werd schemerig en daarna donker. "Weet je?" "Wat?", ze keek verschrikt op. "Ik denk dat ik vanmiddag, vastgebonden, niet het vertrouwen had van een onderdanige, maar dat ik het gevoel had, omdat ik niets kon, dat ik verzorgd had moeten worden." "Macht en vrijheid zijn de meest verwarrende begrippen die er bestaan. Je kunt in alle vrijheid iemand tot president kiezen. De machtspositie die zo ontstaat is gebaseerd op afspraken. Als de machtspositie misbruikt wordt, de regels geschonden, dan is de vrijheid weg, maar ook de machtsuitoefening. SM is op dezelfde regels gebaseerd. De onderdanige bepaald of en hoe iemand een meester is. Alleen bij de gratie van het opgeven van de vrijheid door de onderdanige krijgt de meester de macht. En dat is volgens mij waar je vanmiddag fout zat. Je dacht dat ik de absolute macht had." "Die had je toch ook? Je had nog uren weg kunnen blijven." "Ja, dat had ik, maar dan had jij het spel opgegeven. Dan had ik de regels geschonden. Ik kan alleen meesteres zijn als jij het spel wil laten voortduren." Eric dacht na. Gebaseerd op afspraken is macht mooi, maar hoe weet je dat afspraken nageleefd worden? Zijn fysieke overwicht zou bij misbruik nutteloos zijn. Hoe goed kende hij haar, hoe goed ken je iemand ooit? Wanneer kies je iemand tot president?

Het was bedtijd.

Als onderdeel van zijn mannelijke taak bracht hij de volgende ochtend ontbijt op bed. Zij was er niet minder gelukkig mee. Ze straalde als de dag ervoor. "Zalig. Ik ben blij dat je je weer goed voelt. Ik was even bang dat gisteren iets te veel voor je zou zijn geweest. Dat ik je te hard had aangepakt." "Nee, het gaat weer. Wat ik alleen wel zou willen weten is hoe het meester/onderdanige verhaal in elkaar steekt. Ik bedoel, hoever kan je gaan? Hoever kun je gaan als dominant?" "Zover als je slaaf kan. Als je je slaaf zou weg jagen omdat je te ver gegaan bent dan kan je geen meester meer zijn, dus de onderdanige bepaalt het maximaal haalbare." "Kunnen wij zover gaan?" "Met jou als slaaf, tot jouw grenzen?" "Ja."

Daniëlle zag de twinkeling in zijn ogen. Ze zag zijn opwinding. Hij wilde het hoogst haalbare. "Is goed. We kunnen het proberen, maar later vandaag. Ik wil eerst eten en boodschappen doen. Belangrijker eigenlijk, wat is voor jou het hoogst haalbare? Ik wil bedenktijd."

Eric vond de dag eindeloos duren. Steeds bedacht Daniëlle weer iets anders dat eerst gedaan moest worden; afwassen, strijken, wassen, zuigen en natuurlijk de boodschappen.

Hij deed haar boodschappen, dat was de afspraak. En hij wilde vandaag nog iets voor haar meenemen. Daarom drukte Eric zijn kaart in de daarvoor bestemde gleuf, drukte op 'ja' en Š Weg waren zijn gedachten. Hij vond het niet eerlijk dat hij de bloemiste een paar enen en nullen in de maag splitste in ruil voor een bos bloemen. Er gebeurde niets behalve dat hij ervoor zorgde dat een automatiseerder bij de bank zijn baan behield. Elke waarde werd gereduceerd tot een paar opelkaar volgende enen en nullen en verder niets. Niemand realizeerd zich nog dat echter de schermen goudstaven verplaatst moeten worden. Sinds Napoleon was dat de enige vaste waarde, maar of dat goud verplaatst werd was ook maar de vraag. Theoretisch zouden we kunnen volstaan met een vaste hoeveelheid geld voor de hele aardbol en deze laten rouleren. Het gekke is dat we zo vertrouwd zijn met ons monetaire systeem dat we niet meer beseffen dat we gewoon papier aan elkaar geven, en zelfs dat niet meer. Dat kapitalistisch denken is zelfs zo sterk dat een echte ruilhandel economie als het communisme er kapot aan gaat. En niemand werd er beter van, alleen de ex-communisten slechter. Š hij was een bosbloemen rijker. Een bos waarmee hij Daniëlle gelukkig kon maken. En zo leek het erop, dacht Eric, dat ook liefde en pijn zich in enen en nullen lieten uitdrukken. De grootste dwaasheid zou uiteindelijk een prostitue zijn met een chipknip-automaat. Met een lach op zijn gezicht verliet hij de boetiek, innerlijk lachend om de fictiviteit van dit bestaan en de drukte die men maakt om het instand te houden.

En toen waren er ook nog de maaltijden, maar na het avondeten en de afwas nodigde ze hem toch uit. Met metalen handboeien had ze hem aan het bed gekluisterd. Ze rammelden bij elke beweging. Een lichte spanning bevolkte zijn lichaam. Er was de angst voor de pijn, maar ook de sensatie voor het onbekende, het nieuwe.

Daniëlle haalde uit de kast een stapel riemen en legde ze naast het bed op de grond. Als eerste pakte ze een wit katoene en streek ermee over zijn rug. Eric voelde het kriebelen in zijn nek, het langzaam afglijden via zijn ruggegraad, zijn bilnaad en langs de binnenkant van zijn linkerbeen en via zijn rechterbeen weer omhoog. Eric ontspande zich en voelde gelijk een gloeiende striem over zijn rug. "Hoe was dat?", hoorde hij Daniëlle fluisterend vragen. "Wel goed denk ik. Het gloeit." Er volgde er nogeen. "Blijf je ontspannen.", weer die fluisterende stem. Zo bleef het zich herhalen. Steeds dat strijken, kietelen, en het daarop gloeiende gevoel, afgesloten door haar fluisteren. Met het intenser worden van haar slagen en het veranderen van de riemen voelde Eric de gloed overgaan in pijn. Het spannende was er inmiddels vanaf. De warme gloed was overgegaan in een beursgevoel. Er was geen genoegen meer, maar pijn bij elke slag en een gloeiend gevoel alsof hij verbrand was.

Opeens hield het slaan op en voelde hij druppels water, gevolgd door intens koud ijs dat zachtjes over zijn rug gleed. Een zucht van verlichting ontsnapte aan zijn mond. De pijn verdween en de gloed werd milder. Eric voelde zijn lichaam ontspannen. Het leek op het sauna-effect.

En opeens waren de slagen terug, terwijl Eric nog de kou van het ijs op zijn rug voelde. Diep ademhalend probeerde hij te blijven ontspannen zoals Daniëlle gezegd had. De klappen vielen als hij uitademde en dat maakte het voor hem makkelijk om de klap te inkasseren. Zoals er tijdens een ongeluk minder dronken mensen verwondingen oplopen omdat zij ontspannen zijn. Zo absorbeerde Eric de klappen en daardoor ging hij zich beter voelen. Hij voelde iets van triomph. Dat hij sterker was dan de pijn die zijn lichaam moest voelen. Hij bleef diep ademhalen en wist niet meer wat er gebeurde. Gevoelens namen over wat gedachten waren.

Hij hoorde stappen achter zich. "Mag ik met je meelopen? Ik durf niet alleen over dat verlaten strand?" "Natuurlijk." Het was een mooie meid. Zo had hij er die avond graag eentje gehad. Mooie lange benen onder haar korte rokje. Een strak figuurtjeŠ

Een harde knal en een pijnscheut door zijn billen. Ze was er nog en hij ook. "Gaat het?" Eric knikte.

Ze liepen samen de stilte in en hij sloeg een arm om haar schouders. "niet doen." Ze schudde zijn arm van zich af. "Je wilde toch beschermd worden?" Hij legde zijn arm weer om haar heen, trok haar naar zich toe en kuste haar voorhoofd.

Een koude hand rustte op zijn rug. Hij voelde Daniëlle haar aanwezigheid.

Zo dicht tegen elkaar aan kon hij via haar blanke decoleté in haar blouse kijken waar twee parmantige borsten gevange