De
dag begon laat. Mirjam sliep uit en ook hij
had geen zin om er vroeg uit te komen, hoewel hij om acht uur wakker was. Half
slapen, half wakend dacht hij na en fantaseerde en droom-de. Werkelijkheid en
droom gleden moeiteloos in elkaar over.
Hij dacht na over zijn leven, droomde
over zijn bezoekster en fantaseerde over de toekomst van Mirjam. Hij zou met
beide kunnen leven. De bezoekster als zijn vrouw en Mirjam tussen hen in, als
verbond. Ook als scheiding, omdat
Mirjam nooit haar dochter zou worden, maar voornamelijk als verbond om haar
samen op te voeden, als reden ook om bij elkaar te blij-ven.
Het doel dat
Hij zich gesteld heeft is klein en irrationeel ge-zien Zijn verleden met Zijn
ex. Hij zou het genoeg vinden als Hij een vriendin had en een kind, Zijn kind,
Mirjam. David stelde zichzelf een hoger doel. Hij wilde meer, hij wilde iets blijvends.
Het hoefde niet tast-baar te zijn, maar het moest hem overleven.
Daarom
was David ook zo fa-natiek
in het schrijven. David was zich bewust van de kracht van het woord en hij wist
dat dat blijvend kon zijn.
Als een verhaal mislukte was dat voor David geen
reden om te stoppen met schrijven, eerder een reden om door te gaan. Een gelukt
verhaal kon de eeuwig-heid betekenen en daarom schreef David veel; om zijn
kansen te vergroten.
Hij ontwaakte, zich vaag be-wust van de plek waar
hij was. Zijn slaapkamer had iets onbe-kends alsof deze net verbouwd was. Zijn
grote bed dat hij had overgehouden
aan de echtschei-ding was hem als enige ver-trouwd, al het andere zag er nieuw
en anders uit. Hij wist dat hij droomde, moest dro-men, omdat zijn kamer al
jaren dezelfde was.
Hij had zijn ogen open en hij concentreerde zich op de
voor-werpen. De kledingkast, het bureautje, de stoel, zijn eigen kleding alles
zag er hetzelfde uit als een dag geleden, zelfs als een week geleden, maar het
voelde anders. Hij beleefde het anders.
Rechtop in zijn bed zittend keek hij
nog eens goed naar alle spullen
om hem heen. Hij was er van overtuigd dat de slaapka-mer dezelfde was, dat er
niets veranderd was. Er bleef maar ŽŽn conclusie over, namelijk dat hijzelf veranderd
was.
Er was die nacht iets gebeurd waardoor hij de wereld anders zag.
Zijn perspectief ten aanzien van zijn omgeving, zijn leven, was veranderd. Hij
wilde Mir-jam zien.
Ze was al wakker toen hij haar slaapkamer binnen kwam.
Ze was dezelfde gebleven en ze groette hem opgewekt. Hij tilde haar uit bed en
nam haar in zijn armen. Haar hoofdje
rustte op zijn schouder.
Toen hij haar weer neer zette keek ze hem met
enige verba-zing aan.
ÒIk hou van jeÉÓ, probeerde hij te verklaren. Haar ogen
wer-den zachter en hij dacht dat ze het begreep. Het bleef stil.
ÒÉZullen
we wat gaan eten?Ó
Ze knikte lachend en huppelde voor hem uit naar de woonka-mer.
Hij wandelde achter haar aan. Zo ervaarde hij het, als een wandeling, een
slaapwande-ling. Het hele huis leek anders. De herkenning was er wel, maar niet
het gevoel.
Hij ging naar
de keuken en pakte de fluitketel. Het viel hem op dat deze eigenlijk heel licht
was. Hij vulde de ketel met water en zette hem op het vuur. Even bleef hij naar
de vlammen van het fornuis staren. Kleine gele vlammetjes speelden onder de
ketel en probeerden het staal dat ze niet verteren konden te omsluiten door onder
de bodem vandaan te kruipen.
Hij hoorde het breken van glas. De gil van
Mirjam, daarna hui-len. Geschrokken draaide hij zijn hoofd om. Een tik klonk boven
in zijn nek. Hij knipper-de
met zijn ogen. De situatie was weer normaal. De spullen, het gevoel, alles. Mirjam
had de glazen die nog op tafel stonden willen opruimen en had daarbij ŽŽn
glas laten vallen, ze man-keerde niets.
ÒBlijf staan. Het is niet erg.Ó
Mirjam
liep op blote voeten, hij op slippers. Hij tilde haar tussen de scherven
vandaan. Trooste haar en ze dat het niet erg was, waar gewerkt wordt vallen spaanders.
Hij zette haar op de bank en controleerde haar voeten. Ze had geen schramme-tje.
De
scherven ruimde
hij op en hij zoog daarna grondig het kleed, met zijn hand controlleer-de hij
voor de zekerheid nog even het getroffen gebied en toen hij geen verwondingen had
opgelopen mocht Mirjam de bank weer verlaten. Het was goed afgelopen.
De
fluitketel ging. Tijd voor ontbijt.
David had niet veel meer in te brengen.
Hij zag het verhaal wegvloeien van zijn eigen be-staan. Het werd een zelfstandig
geheel zonder veel invloeden uit zijn privŽ leven. Van zijn eerste idee om
een afspiegeling van zichzelf
te schrijven bleef nu niet veel meer over. Er was meer afstand ontstaan en dat
vond hij goed zo. Die paar weken niet schrijven hadden het verhaal goed gedaan.
Door de afstand kon David het straks ook makkelijker nalezen en cor-rigeren.
Hij vond dat het verve-lenste van het schrijven.
David schreef al zijn verhalen
eerst met pen omdat hij vond dat hij zo flexibeler was in het correct formuleren
van zijn gedachten. Hij kon op deze ma-nier snel doorhalen, pijlen zet-ten
en teksten tussen de regels in
krabbelen. Daarna tikte hij zijn verhalen uit op de compu-ter.
David hield
niet van typen op een typemachine, ook weer omdat het niet flexibel genoeg is,
of je moest potten vol tippex hebben. Daarnaast heeft de computer nog een voordeel,
er zit een spellingschecker op. Door veelvuldig gebruik had David al een
behoorlijk woord-enboek opgebouwd en was hij zo instaat om tikfouten snel uit zijn
teksten te verwijderen. Te-vens gaf de computer hem de mogelijkheid om met
layout en stijl te spelen.
Daarna
begon het echte verbete-ren van de tekst en dat was iets dat David verschrikkelijk
vond. Hij wilde graag een perfekte tekst, maar hij wist dat gram-matica
zijn zwakke punt was en hij zou het graag een ander willen laten doen. Maar
er was niemand die dat wilde en dus deed hij het zelf.
Het liefst had David
zijn verhaal in pen geschreven om het daar-na voor gezien te houden, maar door
zijn verschrikkelijke hand-schrift en zijn wens om iets goeds af te leveren had
hij de rest ervoor over, want
David wilde gelezen worden, wilde gepubliceerd worden en be-roemd worden. En de
tol voor roem is hoog. Het vergt zweet en hard werken en David had zich daarbij
neergelegd. Hij deed het zo.
Mirjam en hij hadden nog twee dagen samen.
Zaterdag zou ze door haar moeder worden op-gehaald. Hij wilde nog zoveel met
haar doen, er was nog zo-veel dat hij haar wilde zeggen, dat hij nergens toe kwam.
Hij blokkeerde bij het idee dat za-terdag hun laatste dag zou zijn.
Hij
wilde het Mirjam naar de zin maken.
Hij zou zelfs allerlei kadootjes voor haar willen ko-pen, maar hij deed het
niet. Zijn ex zou het idee kunnen krijgen dat hij Mirjam wilde kopen, dat hij
in deze ene week Mirjam van haar probeerde af te pak-ken, waardoor zij nog fanatie-ker
zou worden ten aanzien van zijn relatie met Mirjam.
Hij wilde zijn
ex laten zien dat hij dat niet deed, dat hij gewoon deed, zonder alle extraÕs,
ookal moest Mirjam daaronder lijden. Zo voelde hij dat. Hij had het idee dat hij
Mirjam te kort deed, dat ze niet
kreeg wat haar toe-kwam. Of misschien kreeg Mir-jam wel voldoende, maar was
hij het die door die extraÕs Mir-jam zijn excuses wilde aanbie-den voor de scheiding.
Of pro-beerde hij haar toch voor zich te winnen?
Hij had de situatie
onder con-trole. Er waren geen extraÕs, al-les ging normaal. Zijn ex kon hem niets
verwijten. Als zijn ex dat ook zo zag dan zou zijn om-gang met Mirjam misschien
iets normaler worden. Misschien mocht ze hem bellen, of mis-schien zelfs
langskomen. Hij hoopte het. Het
zou zoveel be-ter voor Mirjam zijn.
Hoofdstuk 6
Ze
aten. Mirjam was stil en dat had hem de tijd gegeven om na te denken. Om
zijn verstopte emoties en de stilte te doorbre-ken stond hij van tafel op. Hij
pakte Mirjam in haar zij en tilde haar uit haar stoel. Zijn handen kriebelden
en ze lachte.
Tranen brandden in zijn ogen van geluk en verdrongen ver-driet.
Hij kietelde haar om haar op afstand te houden en om de tranen we te lachen.
Mirjam giechelde en gilde dat
hij op moest houden. Tranen van ple-zier rolden over haar wangen. Hij lachte met
haar mee.
Toen hij ophield bleef ze hij-gend op de grond liggen en hij ruimde
de tafel op. Eten in de kast, de bordjes op het aan-rechtÉ
ÒPap je bent
gek, knettergek.Ó
Ze stond alweer, wachtend op hem en klaar om weg te rennen.
ÒOh
ja, oh ja is jouw vader gek?Ó
Hij kwam dreigend, met ge-kromde rug
en uitgestrekte kie-telarmen op haar af.
ÒJa je bent gek, knettergek, su-pergek.
Je bent gestoordÉÓ
Ze draaide
zich om om weg te rennen, maar natuurlijk was ze te laat, zolang had ze
wel ge-wacht.
ÒWil jij de kieteldood?Ó
ÒNeeeeÉÓ, maar ze lag al lang-uit
giechelend op de grond.
Het bleef onbeholpen vond Da-vid, de emotie die
hij had willen uitdrukken kwam niet echt tot zijn recht, maar toch veranderde hij
niets meer aan wat hij ge-schreven had. David dacht dat ouders de emotie wel
zouden herkennen en dat niet ouders anders een verkeerde indruk zouden krijgen.
Het Ôhouden vanÕ-gevoel van ouders
kan soms het erotische benaderen zonder dat het incest wordt, maar de scheidslijn
is dun. Niet-ouders begrijpen dat niet altijd en daarom liet David het
zo. Hij wilde niet explicieter zijn.
ÒZullen we naar oma gaan?Ó
Opa
was al jaren dood. Hij had Mirjam nog wel gekend, maar zij had nooit geweten wie
opa was. Opa heeft gelukkig ook nooit iets van de scheiding ge-weten, toch had
hij graag met zijn vader zijn scheiding be-sproken. Hij had van hem graag adviezen
gehad, met zijn moe-der kon
hij niet zo goed praten, zijn vader was nooit zo emotio-neel geweest.
ÒJa
leuk, we gaan naar oma toe.Ó
Mirjam straalde. Ze had oma vaker gezien dan hem.
Zijn ex vond dat Mirjam recht had op een oma, h‡‡r moeder leefde niet meer.
Hij
belde oma. Ze was er en ze zou blijven. Ook oma klonk op-getoochen.
In
de auto ratelde Mirjam aan ŽŽn stuk door. Nu pas ervaarde hij haar echte leeftijd.
Hij zag haar kind zijn. Hiervoor was ze ouder en jonger geweest. Hij wist
niet of zijn gedrag dat had uitgelokt
of dat ze gewoon ouder was dan haar leeftijdsge-noten en dat af en toe
compen-seerde door jonger te zijn. Of dat het in haar karakter lag, haar opvoeding,
de scheiding.
Oma had de thee al klaar toen ze aankwamen. Mirjam groette
oma en rende de kamer in om de grote leunstoel bij het raam te bemachtigen.
Dat was vroe-ger opaÕs stoel geweest en Mir-jam wist dat, maar voor de duur van
haar visites aan oma was het altijd haar stoel, behalve op verjaardagen dan zat
een oom daar, een neef van oma.
ÒHoe
bevalt het je?Ó, vroeg zijn moeder hem in de gang.
ÒGoed, ik ben
bang dat ik haar straks erg zal missen.Ó
ÒGeniet ervan, met het ouder worden
zal het beter worden.Ó, ze sprak uit ervaring. Hij had bij zijn vader gewoond
na de scheiding.
Bij de thee had oma butter-scotchchocolade, omdat ze wist dat
Mirjam daar zo van hield.
ÒEn hoe is het met Mirjam, ver-maakt ze zich een
beetje bij pap-pa?Ó, begon oma het vissen.
Mirjam gezeten op haar troon voor
het raam vertelde honderd uit
over wat ze allemaal gedaan hadden. Over de Makro, de die-rentuin en zelfs over
het kietel-gevecht van die ochtend.
Alle mooie momenten kwamen eruit en ze
vergat de negatieve. Het viel hem op dat het leven zo eenvoudig kon zijn. Hij,
met zijn gedachten, had meer de ne-gatieve onthouden dan de posi-tieve. Mirjam
was enthousiaster dan hij had verwacht. Mis-schien had zijn moeder gelijk en
zou het in de loop der jaren goed komen.
Terwijl oma en Mirjam praatten volgde
hij niet hun woorden, maar hun
manier van doen. Zo-als ze met elkaar omgingen leek het op een moeder/dochter-rela-tie.
Ook
zag hij weer hoe jong Mir-jam eigenlijk was. Haar hou-ding bij
de eerste aanblik had iets volwassens, maar nu, tij-dens haar gesprek met oma
was ze ontspannen en mocht ze haar eigen leeftijd zijn.
Hij vroeg zich af
hoe ze thuis zou zijn, bij zijn ex. Zou ook zijn ex haar niet als zes jarige zien,
of was hij de enige die daar ingetrapt was. Misschien had hij de situatie wel
zelf ge-cre‘erd, was het zijn
schuld dat ze zich zo gedroeg.
Een geruststellender idee vond hij het om ervan
uit te gaan dat het onwennigheid van beide partijen was geweest. Hij was niet
met haar en zij niet met hem meegegroeid. Ook dat zou goed komen als ze er
de tijd voor namen. Niets over haasten. Ze waren uitelkaar gegroeid en dus moesten
ze de tijd nemen om weer naar elkaar toe te groeien.
Als haar moeder hun
daar de tijd maar voor gafÉ
ÒZullen we een spelletje doen pappa?Ó, oma haalde
hem uit zijn gedachten.
ÒJaaah.Ó,
was het Mirjam die antwoordde.
Ze gingen een spelletje doen, Mens Erger
Je Niet, met zÕn drie‘n; oma blauw, Mirjam rood en hij groen.
Aan het eind
van het spel, toen Mirjam alles binnen had had hij er nog geen enkele in.
Mirjam
had de grootste schik gehad om het feit dat hij er steeds werd afgegooid.
Hij deed telkens alsof hij dat erg vond, maar in werkelijkheid deed het hem
niets. Het maakte hem niet uit, dat was ook iets dat zijn ex hem altijd verweet.
Hij hoefde niet te winnen,
de beste te zijn. Hij speelde het spel om het spel, voor de erva-ring, de animatie
en ook bij een verlies vermaakte hij zich. Hij leerde er iets van.
Dat was
voor hem essentieel, dat er iets te leren viel, dat was zijn winst. Zijn ex
had dat nooit begrepen. Zij wilde dat hij een winnaar zou zijn. Van informa-tie
kon zij niet leven en Mirjam kon er niet van naar school. Ze had zijn houding
suf gevonden. Ze had hem verweten dat hij de confrontatie niet aandurfde, bang
on te verliezen en daarom verschool
hij zich achter een laf excuus. Hij was een geboren loser.
Dat waren haar
woorden ge-weest en misschien was hij maatschappelijk gezien ook wel een looser,
maar daar ging het hem nu juist om. Hij wilde niet winnen v——r een ander.
Mis-schien zou hij willen winnen met een ander, maar dat kwam nooit voor.
Al
jong, waarschijnlijk al voor de scheiding van zijn ouders, had hij geleerd dat
men alles van je kan afpakken, behalve dat wat je weet. Dat kunnen ze nooit van
je afnemen. Dat is van jou en
alleen van jou, net als je herinneringen.
David vond het logisch dat zijn
hoofdpersoon zo dacht. Min-stens twee maal in Zijn leven was Hem alles afgenomen,
naast het feit dat voor mensen van Zijn generatie het niet meer nodig was
om te winnen. Er was geen keuze, economisch gezien, tussen leven of dood. De keuze
was eenvoudiger: krap leven of ruim leven. Maar leven bleef je, of je wilde
of niet. Voor alles was gezorgd. Het leven was makkelijk en goed. Dus waarom
vechten als daar geen noodzaak
voor is. David vond Hem sympathiek en verstandig. Hij was een expo-nent pur sang
van de informa-tie-maatschappij. Hij las veel, dacht veel, leefde en maakte Zich
niet druk over politiek of godsdienst. Rustig en bedaard leefde Hij verder
tot het moment dat het afgelopen zou zijn, en dan was het afgelopen.
Ze
moesten weereens naar huis toe gaan. Het was al laat en pa-paÕs patattent moest
zo open.
Het was rustig voor een vrij-dagavond. Mirjam bleef de hele avond
bij hem in de snackbar en ze hielp
hem waar ze kon door eten uit de vriezer te halen en voor hem klaar te leggen.
Het was hun laatste avond samen.
Na het sluiten gingen ze samen naar boven
en dronken nog wat. Ze zaten op de bank en Mirjam hing tgen hem aan. Ze waren
stil.
Toen hij zijn glas leeg had en haar wilde vertellen dat ze naar bed
moest lag ze al te slapen. Hij wilde haar op. Even leek het erop dat ze wakker
zou worden, maar ze legde alleen haar hoofd goed op zijn schou-der en sliep verder.