Die
vrouw in het park
Kende
u die vrouw in het park?
Zij zat daar maar en staarde naar het
leven om zich heen. Ik heb haar nooit anders gezien dan in die vele rokken, dat
bloesje met daarover het scheve
blauwe vest en dikke jas. Ze had altijd die
twee tassen. Als ze stond was ze net een weegschaal; nam ŽŽn tas weg en ze É
Die
vrouw in het park zat daar maar. Alles trok aan haar voorbij. Ze deed
niets, ook geen kwaad. Soms praatte
ze wat, in haar zelf, die vrouw in het park en als het donker werd ging ze
weg.
Ze verdween in het duister om er Ôs morgensvroeg weer te zijn.
Ze
zat er niet de hele dag, die vrouw in het park. Ze was er vaak ook niet niet,
maar
aan het begin en tegen het einde van de dag dan zat ze daar. Zodat wij,
de werkenden, haar dan zagen als beeld, als spiegel.
Zij was geen slaaf.
Zij kende alleen zichzelf als baas, die vrouw in het park.
Maar gisterochtend
was ze'r niet, en ook die
avond was ze 'r niet, die vrouw in het park.
En vanochtend hoorde ik dat ze
er ook nooit meer zijn zou, die vrouw in het park.